Rond het jaar 2000 organiseerde Rik, een vriend-ondernemer uit Ichtegem, vele jaren tussen Kerst en Nieuwjaar een bedrijfsfeestje. Griet en ik werden steeds, samen met enkele andere kennissen van hem, uitgenodigd. Waar of in welk restaurant het etentje zou doorgaan wisten we maar een paar uur vooraf. Het was dus steeds een verrassing.
Na de hoofdschotel waarbij de wijn meestal rijkelijk vloeide, zakten we meestal wat dieper weg op onze stoel. Dat was meer precies bij het voor de tweede keer vullen van het cognacglas.
We kregen ook steevast een kistje met mooie dikke sigaren voorgeschoteld. Voor de zekerheid bracht Rik de sigaren steeds zelf mee, want die mochten niet ontbreken.
De sigaren werden geknipt en met cederhout aangemaakt. Met ronddraaiende bewegingen probeerden we het gloeiende rood mooi rondom te krijgen… En nu en dan was het even blazen om het vlammetje aan te wakkeren. Vóór het eerste trekje dompelden we de sigaar even in de cognac.
We waanden ons geroutineerd en meenden de grandeur van het sigaarroken te kennen. Mislukte er toch iets, bijvoorbeeld het verbranden van je vingers door het cederhout tot de laatste millimeter te gebruiken… Geen erg, want het feestje werd altijd georganiseerd op 28 december, dag van de onnozele kinderen.
Mijn cognac-periode is met zekerheid toen begonnen. Nu gaat mijn voorkeur uit naar een jenevertje, maar het sigaren-ritueel is van toen én is tot vandaag gebleven!
Met een frequentie van één keer per jaar, er kan ook een tussenperiode zijn van drie jaar, durf ik op een zomerse avond, waarbij de sterren goed staan… nog eens een dikke sigaar opsteken. Dus geen gewone zomeravond, maar zo’n zwoele avond waarbij je in gedachten V.O.F. De Kunst, het lied Suzanne hoort zingen, dat de avond niet meer kapot kan en het nu gaat gebeuren…
Het gaat hem dan niet over het roken an sich, maar alles draait dan om het ontspannen en het genieten.
Daarbij hoort: Het kiezen van de juiste sigaar, eraan ruiken en die goed bevinden, de knipper tussen duim en wijsvinger houden om het topje er af te knippen, de sigaar volgens de etiquette aan het branden maken en finaal zijn poepje in het glas cognac dompelen. En dan een beetje achteroverleunen en wegzakken op de stoel.
Tot zover het éénmalige, daarna komt het repetitieve deel van het genotsmoment. Met een gekromde wijsvinger over de sigaar, die rustig naar de lippen bewegen en met een klein trekje de rook even tegen mondhemel laten passeren. Daarna een rookkringetje proberen te maken en gevolgd door het nippen van de cognac, die voor de gelegenheid geschonken is in het schoonste glas dat we in huis hebben.
Een sigaar en een stevige borrel maakt van zo’n avond een smaakvolle gelegenheid.
Over dat knippen van de sigaar gesproken.
Ik heb intussen in de barkast twee van die guillotinesnijders liggen.
Griet deed er soms beroep op. Nee, niet om te roken, maar voor een quiz op de lagere school. Ze speelden De Drie Wijzen. Je herinnert je beslist nog het humoristisch Tv-programma waarbij drie wijzen een verhaal vertellen en twee ervan liegen. Het was aan de kandidaten om het ware verhaal te raden. Vaak met Gerty Christoffels geflankeerd door Jacques Vermeire en Walter Grootaers. Die drie samen konden het best lullen. Over dat laatste wil ik het nu hebben. Griet liet de kinderen raden waarvoor mijn sigarenknipper dienstdoet. Haar verhaal was dat mijn knipper werd gebruikt voor de besnijdenis…
Voor mijn 60ste verjaardag kreeg ik van mijn dochter een pakket van Cohiba, Montechristo, Perdomo, Romeo y Julieta en ander lekkers… Met mijn frequentie van roken ben ik voor de komende 10 jaar zoet. Dat ruime tijdsbestek veroorzaakt problemen.
Om die 10 jaar te overbruggen, moest ik dus noodgedwongen mijn voorraad passende geestrijke drank aanvullen. Door in Malaga te verblijven koos ik voor Gran Duque d’Alba. Dat is een Spaanse godendrank die ik kende uit mijn cognac-periode. Vooraleer ik die brandy kocht, liet ik me de smaak terug eigen maken door als afsluiter van de avonden in de hotelbar me zo’n glas te laten inschenken.
‘Een Belg die in Spanje die drank vraagt’, daarvan moet de ober gedacht hebben, “Da’s een kenner”. Hij schonk dan ook met veel charme aan ons tafeltje de Gran Duque in.

De ober liet me iets nieuw kennen dat ook met rook te maken heeft. Ik wil het jullie niet onthouden.
Hij serveerde me samen met de Gran Duque, een glazen schoteltje met een stolpje over. Daarin smeulde een beetje kaneelhout. De ober tilde het stolpje op en bewoog het met kleine bewegingen zodanig dat de vrijgekomen kaneelgeur naar mijn neus bewoog… Heerlijk…

Je kunt het raden… In onze barkast ligt sindsdien niet alleen cederhout, maar ook zo’n houten kaneelstokjes.
In mijn barkast ligt ook nog een boekje van 7 cm op 8 cm en anderhalve centimeter dik. Het draagt de titel ‘Cigar Aficionado’s – Sigaren’ en is uitgegeven bij Lannoo.
Ik nam het boekje ter gelegenheid van deze column nog even bij de hand en voelde me meteen verplicht om wat er op het eerste flapje van de omslag staat, te citeren: “Een pleziertje, een tijdverdrijf, een passie – de geneugten van het roken van een sigaar zijn met vrijwel niets te vergelijken. Vanaf het moment dat je de brand steekt in je eerste sigaar en rustig de tijd neemt om er naar hartenlust van te genieten, maak je deel uit van een wereld die rijk is aan traditie, kameraadschap en bezieling“, Aldus Marvin R. Schanken.
In het boekje staan ook twee rooktips die ik graag deel:
- De keuze van een drankje bij je sigaar is een kwestie van persoonlijke voorkeur en kan verschillen van gelegenheid tot gelegenheid. Traditioneel zijn een cognac of een brandy de favoriete begeleiding – de frisse, heldere smaak van deze gedestilleerde dranken houdt het gehemelte gevoelig voor de zachte smaak van een met de hand gerolde sigaar.
- Neem niet te snel trekjes. Daardoor wordt de sigaar te heet en krijgt hij een onaangename, verbrande smaak. Eén trekje per minuut is meer dan genoeg om de sigaar aan te houden.
Uit ervaring geef ik zelf ook nog twee tips:
Tip 1:
Heb je een moeilijk stoelgang? Rook dan een sigaar.
Vóóraleer ik dit advies neerpende heb ik nog even de literatuur erop nagetrokken en blijkt dat mijn bevinding klopt, zelfs de sluitspieren zouden zich gaan ontspannen.
Tip 2:
Het is niet foutief om te zorgen dat je een volle fles Listerine mondwater in huis hebt.