Het geboortejaarverjaarjaar

Tijdens het kalenderjaar zijn er verschillende speciale dagen. Ik heb het over Nieuwjaar, Feest van de Arbeid, de Nationale Feestdag, Wapenstilstand, Kerstdag… Bijzondere dagen waarop heel wat mensen tegelijk iets vieren, herdenken of gewoon genieten van een vrije dag.

Tussen al die bijzondere dagen is er ook onze verjaardag.
Die dag is anders.

Op je verjaardag is het niet het hele land dat viert. Het is jouw dag. Natuurlijk vier je die liefst samen met familie en vrienden, maar jij bent de aanleiding. Jij staat even in de kijker.
En misschien is het net dat persoonlijke karakter dat een verjaardag leuker maakt dan al die andere feestdagen.

Ik vroeg me af of er nog zo’n persoonlijk moment bestaat dat misschien nóg leuker is.

Ik stel vast dat we dan niet binnen één kalenderjaar moeten zoeken, maar over een volledig mensenleven. 

Sommige bijzondere momenten komen maar één keer voor in het leven: je geboorte, je eerste schooldag, afstuderen, eventueel een huwelijk, de geboorte van een kind…
Alleen… als je er wat langer over nadenkt, zijn zelfs die unieke momenten nooit helemaal van jou alleen.

Bij je eigen geboorte zijn het vooral je ouders die de felicitaties krijgen. Zelf lig je daar wat te wenen. En ween je bij jouw eerste momenten niet snel genoeg, dan krijg je nog een klets op je poep tot je eraan begint. Van je eerste unieke levensmoment heb je dus zelf bijzonder weinig plezier. Je herinnert je zelfs niets.

Dan maar de eerste schooldag. Ook uniek. Maar je bent meteen omringd door een hele klas kinderen die exact hetzelfde meemaken. Aan de schoolpoort staan bovendien jij en jouw ouders met vochtige ogen afscheid te nemen. Ook niet meteen dat exclusieve leuke moment waarop jij alleen in de belangstelling staat.

Een huwelijk dan?
Daar kunnen tranen van geluk vloeien en je staat behoorlijk in de kijker. Maar alleen ben je alweer niet. OK, aan je nieuwe partner zal het wellicht niet liggen… maar je schoonmoeder is er dan ook al bij en die pronkt vooral. En bovendien is zo’n trouwdag meestal behoorlijk vermoeiend. Leuk? Zeker. Maar helemaal van jou? Nee.

Bij de geboorte van een kind ben je minstens met drie: jij, je partner en het kind. En laat ons eerlijk zijn: die laatste gaat met het grootste deel van de aandacht lopen.

Ik zocht dus naar een echt persoonlijk en uniek moment in een mensenleven.
Een moment dat er maar één keer komt, waarbij anderen gerust mogen meevieren, maar waarbij er geen twijfel over bestaat wie de hoofdrolspeler is.

Natuurlijk hebben we onze 18de, 21ste, 40ste, 50ste, 65ste of 70ste verjaardag. Allemaal mijlpalen. Maar uiteindelijk blijven het verjaardagen.
Ze komen ieder jaar terug en voor je het weet verval je in hetzelfde patroon: taart, kaarsjes, cadeautje, glaasje, proficiat… en tot volgend jaar.

Daarom heb ik voor mezelf – en meteen ook voor iedereen op deze wereldbol – een ander uniek moment bedacht. Of beter gezegd: een uniek jaar.

Slechts één keer in je leven komt er een jaar waarin de laatste twee cijfers van je geboortejaar gelijk zijn aan je leeftijd.

Ik ben geboren in 1963, dus we nemen het getal 63.
En ik ben 63 jaar in 2026.

Dat kan in mijn leven maar één keer gebeuren.
Daarmee is 2026 dus een uniek jaar in mijn leven. En uiteraard ook in dat van al mijn leeftijdsgenoten uit 1963.

Voor zo’n uniek moment moest er natuurlijk een naam komen.

Ik heb hem gevonden: het Geboortejaarverjaarjaar.

Je zou dat unieke moment gewoon op je verjaardag kunnen vieren. Maar eigenlijk raad ik dat af. Dan dreigt het te verdwijnen tussen de taart, de kaarsjes en de klassieke “gelukkige verjaardag”.

En waarom zou je jezelf beperken tot één dag?
Je krijgt tenslotte een volledig jaar om ervan te genieten.

Kies dus een mooie dag.
Of nog beter: vier gewoon een heel jaar lang dat je in je Geboortejaarverjaarjaar zit.

Maar toen begon ik verder te rekenen.

Wie vroeg in een eeuw geboren wordt, hoeft niet lang op zijn Geboortejaarverjaarjaar te wachten. Iemand uit 2010 werd 10 in 2020. Iemand uit 2015 wordt 15 in 2030. Geen enkel probleem.

Maar hoe later je in een eeuw geboren bent, hoe ouder je moet worden.
Geboren in 1980? Dan moet je 80 worden.
Geboren in 1990? Dan moet je 90 worden.
En wie in 1999 geboren is, moet zelfs 99 jaar worden om in 2098 zijn Geboortejaarverjaarjaar te kunnen vieren.

En toen begon ik me toch wat zorgen te maken.

Want als je daar de Statbel-statistieken over de levensverwachting naast legt, wordt mijn prachtige uitvinding plots een stuk minder feestelijk.

Grafiek: ChatGPT, op basis van mijn input en Statbel-gegevens. Bron: Statbel, sterftetafel 2023 – België, beide geslachten samen.

Iedereen hééft een Geboortejaarverjaarjaar, maar niet iedereen zal het kunnen vieren.
En dat was nu net niet mijn bedoeling.
Ik wil de mensen gelukkig maken, niet statistisch ongerust.

En dan heb je nog een tweede groep: mensen die ouder zijn dan ik. Hun Geboortejaarverjaarjaar is al voorbij. Sommigen hebben zelfs nooit geweten dat ze iets uniek konden vieren.

Ook dat kan ik natuurlijk niet maken.
Dus moet er een soort herkansing komen.

Voor de jongeren die héél lang moeten wachten en de ouderen die hun kans gemist hebben, moet ik dus dringend nieuwe formules uitwerken.

Ik zoek daarom naar iets als een Geboortejaarvierkantswortelverjaarjaar of een Geboortejaarkwadraatverjaarjaar. Hopelijk moet ik niet delen door π.

Vier dus je geboortejaarverjaarjaar. Je krijgt er maar één.
Ik doe het.

Herdenking La Chartreuse 2026

Naar jaarlijkse traditie was het Lange Max Museum ook dit jaar aanwezig tijdens de plechtige herdenking op de Belgische begraafplaats van Neuville-sous-Montreuil, waar 605 Belgen – voornamelijk burgers, onder wie ook 11 Belgische militairen – tijdens de Eerste Wereldoorlog werden begraven. (Lees meer over de relatie met La Chartreuse)

Rudy Willaert legt de bloemen namens Lange Max Museum neer.

Deze vandaag grotendeels vergeten begraafplaats vormt een bijzonder waardevolle plaats van herinnering.

De vergeten begraafplaats van Neuville-sous-Montreuil.

Namens het museum mocht ik er een korte toespraak houden over het belang van vrede, overleg en samenwerking.

Hieronder kunt u deze toespraak integraal nalezen.

Vrede ontstaat door overleg, begrip en samenwerking

Als kind vroeg ik ooit mijn vader bij het kijken naar het televisiejournaal: “papa, wanneer gaan ze daar stoppen met vechten?”
Hij antwoordde: “Oh kind, ze vechten er al van in Christus’ tijd en ze gaan er altijd blijven vechten.
Een stelling zoals er veel zijn.
Misschien had hij gelijk. Misschien ook niet.

Want ook hier, in West-Europa, hebben generaties lang oorlogen gewoed. Om de dertig of veertig jaar werd een nieuwe generatie geconfronteerd met geweld, vernieling en menselijk leed.

Het zijn dan niet de legers die de prijs betalen. Legers zijn opgebouwd uit mensen.
Het zijn de mensen die lijden:
– Zonen die niet naar huis terugkeerden.
– Vaders die hun kinderen nooit meer zagen.
– Moeders die bleven wachten.
– Families die nooit een afscheid kregen.
– En sommigen kregen zelfs geen graf.

Hebben we hier geen tastbaar bewijs?



Maar het keerde in West-Europa.

In de jaren 1950, was het een wijs besluit van onze West-Europese politieke leiders om een samenwerkingsverband op te richten voor kolen en staal.

Frankrijk, West-Duitsland, Italië, Nederland, Luxemburg en België sloten een verdrag dat we kennen als het Schuman-plan.

Het plan zou oorlogen tussen grootmachten via een economische insteek vermijden.
Later volgden andere landen.

Vandaag staat een blauwe vlag met 12 sterren symbool voor een groot Europees samenwerkingsverband.

Men zit nu voor veel méér dan steenkool en staal samen aan tafel.

Er is overleg over verschillende onderwerpen en we proberen begrip op te brengen voor elkaar.

En tussen deze landen is er al die tijd ‘vrede’.


Ik onthou vooral dat ‘samenwerking’, ‘overleg’ en ‘begrip voor elkaar’ sleutelelementen zijn voor een langdurige vrede.

Vrede leg je niet op.
Vrede is een gevolg…
Vooral een gevolg van mensen die bereid zijn naar elkaar te luisteren, elkaar te begrijpen en samen te werken.



Het is niet aan mij om hier met grote woorden van wal te steken.

Ik wil enkel de bevindingen uit dat grote Europese verhaal even toetsen aan onze eigen kleine leefwereld.

Kunnen ‘begrip voor elkaar’, ‘overleg’ en ‘samenwerking’ ook voor ‘ons’ sleutelelementen zijn voor onze eigen vredevolle kleine samenleving?…
– In onze families.
– In onze verenigingen.
– In onze dorpen en steden.

Ja… daar ben ik zeker van!

Maar dat is niet eenvoudig.

We hebben allemaal verschillende meningen.
Daarbij zijn we elk onderhevig aan allerlei invloeden of soms primeert eigen belang.
Er ontstaan spanningen en soms botst dat.
Maar van dwarsliggers weten we ook dat zij de sporen recht houden.
Kortom ‘overleg’ en ‘samenwerking’ kunnen heel moeilijk zijn.

Iets ‘nieuw ervaren’ of een ‘verandering ondergaan’ of ‘zelfs toestaan’…. dát ligt voor de mens altijd moeilijk.
Terwijl het leven in al zijn facetten een voortdurend veranderend gebeuren is.
De enige constante in het leven is ‘verandering’.

Maar is ‘verandering’ daarom altijd slecht?
Neen… Het is vooral afhankelijk van een standpunt.


Verandering zorgt soms voor onzekerheid.
En… Onzekerheid zorgt dan weer voor twijfel.
En… bij twijfel zoekt men terug naar zekerheid.

Kortom… ‘verandering’ zorgt voor een labiele en onzekere leefwereld…
En daar kunnen we als mens niet goed mee overweg.

Maar er komt ook geen ‘verbetering’ zonder te ‘veranderen’.

Ik stel voor om ‘veranderingen’ in onze eigen leefomgeving ook met ‘begrip’ en ‘overleg’ te benaderen.

Door ‘samenwerking’ of door ‘hulp bieden aan anderen’ maken we mensen tevreden.

Ik hoor alvast in het woord ‘tevreden’, het woord ‘vrede’.

Én vrede begint bij mensen.
Bij ieder van ons.



Met wat zouden wij hier allen samen tevreden zijn?
Ik meen met een kleine herdenkingsplaats in de weide, zodat onze bloemen er kunnen blijven liggen.
Kunnen wij ‘samen’ wat doen?


Joris Saerens heeft tot zover veel ondernomen. En we zijn hem bijzonder dankbaar.

Laat ons nu de weg voorbereiden naar overleg.
Laat ons dan luisteren naar de eigenaar van de grond.

– Wat zijn zijn bezorgdheden?
– Wat zijn zijn prioriteiten?
– Wat zijn zijn belangen?
– Wat heeft hem eventueel kwaad gemaakt?
– Hoe zou hij zich in een oplossing kunnen vinden?
– Wat kunnen we voor elkaar doen?

Het zijn allemaal ‘open vragen’ om hem het woord te geven en inzicht te krijgen.
We duwen hem niet in de hoek met ‘waarom’-vragen.
We willen hem als partner.

Weet hij trouwens van ons dat we met héél weinig ‘tevreden’ zijn?
Wat kunnen we afspreken?

Laat ons ‘begrip opbrengen voor elkaar’.
Laat ons ‘samenwerken’.

Dan bouwen we aan wederzijdse ‘tevredenheid’.

Laat ons altijd en vooral samen streven naar ‘vrede’.


Ik dank u.

Rechts de Belgische diplomaat in Parijs Giel Snauwaert en de burgemeester van Neuville-sous-Montreuil Olivier Deken.
Tijdens de ontvangst op het gemeentehuis met burgemeester Olivier Deken.

Het geheim van het hoofdaltaar van Bovekerke

De Koekelaarse heemkring Spaenhiers, waarvan ik bestuurslid ben, nam vorig jaar het initiatief om in Bovekerke het chronogram van de Sint-Gertrudiskerk te restaureren.

Dat is een Latijnse tekst boven de ingang van de kerk ter herinnering aan de inwijding van de toen nieuwe kerk, inclusief haar nieuwe hoofdaltaar. De rode letters van het chronogram vormen met hun Romeinse waarde samen het jaartal 1869, toen Johannes Josephus Faict, bisschop van Brugge, de kerk inzegende.

Héél opmerkelijk was dat er bij zulke omvangrijke restauratiewerken – die oorspronkelijk werden geraamd op ongeveer 867.465 euro en uiteindelijk nog zo’n 300.000 euro duurder uitvielen – geen budget meer overbleef voor het herschilderen van het chronogram.
Spaenhiers sprong dan maar in de bres, zodat een fris chronogram de kers op de taart kon worden.

Chronogram met als tekst “Joannes Josephus Faict, bisschop van Brugge, wijdde mij aan God toe”.

Voor die gelegenheid dook collega Marc in de kerkarchieven. Hij kon in de kerkrekeningen van 1869 achterhalen dat er geld werd uitgetrokken om een steenkapper te betalen. Die moest, zoals gebruikelijk, in het nieuwe altaar een bakje kappen voor een relikwie.

Vermoedelijk wist geen enkele nog levende dorpsinwoner dat we in Bovekerke een relikwie hadden.

Marc wilde dolgraag weten of de steenkapper zijn werk had gedaan en waar dat bakje precies was gekapt. Hij nodigde me uit om mee op ontdekking te gaan.

Hij had al naar Etienne, de voorzitter van de kerkfabriek, gebeld. Die was al even benieuwd en zou de kerk komen openen.

Etienne trok meteen het witte linnen van het hoofdaltaar weg. Als voorzitter van de kerkraad mocht hij zoiets doen. Niemand zou hem daarvoor een berisping geven.

De zoektocht was redelijk eenvoudig, want onder het linnen troffen we de enige stenen plaat van het hoofdaltaar aan.

Centraal voor het tabernakel, het rijk versierde kastje waarin de hosties worden bewaard, had de steenkapper zijn sporen achtergelaten.
We zagen een vierkantje in het marmer, waarvan we vermoedden dat het het dekseltje van het relikwiebakje was. Voor iets dat dateerde uit 1869, meer dan 150 jaar oud was en zonder silicone was geplaatst, zag het bakje er nog verrassend goed afgesloten uit.

Nu moet je weten dat ik die marmerplaat amper twee centimeter dik schat.
Dan stelt een gezonde mens zich toch vragen…
Een bakje voor een relikwie, met daarop een dekseltje – en ze hadden toen nog geen diamantslijpschijven – met een totale hoogte van twee centimeter… Kon die steenkapper dat technisch wel maken? En veel relikwie kan daar toch niet in zitten.
Komaan, denk eens mee… Ik twijfel sterk.
Van Brugse bisschoppen hebben we immers al straffe stoten gehoord.

Zou er wel een bakje zijn? Of is er louter een gleufje gekapt voor de show?
En is er dan wel een relikwie?
Ik denk dat bisschop Faict in 1869 – en dat is 1210 jaar na 659, het sterfjaar van Sint-Gertrudis van Nijvel – geen enkel overschotje van de heilige meer in zijn dressoir had liggen.

Bisschop Faict zal eerder een beetje van zijn eigen zondagochtendstoppelbaard meegebracht hebben naar Bovekerke om in het bakje te stoppen…
Wat ik wel weet, is dat de familienaam van de bisschop ‘Faict’ een beetje klinkt als ‘Fake’.

De nieuwsgierigheid van Marc en mij steeg ten top, maar nee, we zouden er geen cuttermes bijhalen en al zeker geen DNA-analyse laten uitvoeren.
Het ontdekkingsgehalte scoorde voorlopig ondermaats.

Maar Etienne wist ons toch nog te verrassen.
“Er is hier nog een geheime bak in het hoofdaltaar en daar zit iets in, maar we weten niet wat. We kunnen het niet zien.”

Marc en ik keken naar elkaar en zonder woorden wisten we wat de ander dacht:
“Wij gaan dat achterhalen. Vandaag wordt het toch nog boeiend. En wij gaan een uniek moment in de Bovekerkse geschiedenis meemaken.”

Etienne trok aan het rechterdeel van het hoofdaltaar. Een element kwam los en hij verschoof het tot voor het tabernakel.

Etienne was plots dé Indiana Jones van Bovekerke.
Hij maaide wel een beetje het gras voor Marc zijn voeten weg… want Marc is natuurlijk de echte archeoloog.

Waar het decoratieve element van het hoofdaltaar hoorde te zitten, verscheen nu een diepe, donkere holte.

Etienne en Marc nog vol raadsels.

Marc deed een poging om erin te kijken en kon amper iets onderscheiden.
“Het is iets raars, maar ik weet niet wat het is. En je kunt het niet goed zien, het ligt heel diep.”
Terwijl hij sprak, tekende hij met zijn vinger de vorm op het marmer van het altaar.

Marc tekent de vorm van het voorwerp dat verscholen ligt in de geheime bak van het hoofdaltaar.

Met mijn 62 jaar was ik de jongste van het gezelschap.
Ik zou me op de hoge marmeren plaat opduwen, zoals een olympische turner aan de brug met gelijke leggers. Vervolgens zou ik me voorover laten hellen tot ik plat op het marmer lag. Daarna zou ik me nog wat verder naar voren schuiven om beter in de opening te kunnen kijken.
Een uitgekiend plan om het geheim te onthullen.

“Wacht”, zei Etienne. “Ik heb hier nog zo’n grijpertje liggen om papier van de grond op te rapen.”
Dat was eigenlijk een goed idee. Misschien kon ik daarmee het mysterieuze voorwerp grijpen en naar boven halen.

Met een licht sprongetje drukte ik mezelf omhoog. Tot zover ging alles goed.
Bij het verschuiven, en vooral bij het kantelen van mijn romp, ervaarde ik rib na rib de hardheid van het marmer.

Ik voelde mijn ribben één na één knarsen, zoals de schakels van de metalen rupsbanden van een tank op een betonnen wegdek… Alleen bleken mijn ribben niet opgewassen tegen de harde ondergrond.

Buiten een wat getrokken gezicht liet ik weinig merken, want ik moest en zou het geheim van de kerk van Bovekerke onthullen.

Met mijn arm en het grijpertje diep in de opening kon ik uiteindelijk het vreemde voorwerp naar boven halen.
Pas toen het voorwerp na jaren weer het zonlicht zag, konden Marc, Etienne en ikzelf het identificeren.
Het bleek slechts een onderdeel van een groter geheel.

Ik heb het over iets dat vandaag gewoon op Bol.com te koop is: een ragebol met telescoopsteel of in het schoon Bovekerks ‘een kobbejager’.

Om het belang van deze archeologische vondst correct te kunnen inschatten, geef ik u graag de officiële Bol.com-beschrijving mee:
“De ragebol is gemaakt van echte geiten haren. Dit zorgt ervoor dat ze niet snel zullen ruiven en veel beter het stof of webben bijhouden dan synthetische varianten. Met andere woorden, deze zijn van top kwaliteit en zullen dus veel langer meegaan! De telescopische steel is vervaardigd uit stevig aluminium dat ook erg licht is voor het ultieme gebruiksgemak. Deze telescoopsteel is verkrijgbaar tot 8 meter lang. De aluminium telescoopsteel is universeel, waardoor je er tal van borstels, inwassers,… en andere accessoires op kan monteren.“

Blijkbaar kon de ragebol toch niet stevig genoeg gemonteerd worden.
Hij kwam los en verdween achter het decor van het hoofdaltaar.
Zo had ik het geheim van het hoofdaltaar van Bovekerke opgelost.

Aan Marc nu om in de kerkrekeningen te zoeken wanneer precies de Bol.com-factuur werd betaald.

Ik had kunnen vloeken in de kerk, want mijn ribben bleven nog lang pijn doen.
Maar ja, je moet er iets voor over hebben om een mysterie op te lossen.

Ik ben een Water-Konijn

Ik begin meer en meer klanten te hebben in het oosten. Met mijn bedrijf verkocht ik software in Griekenland, Turkije, Israël, Saudi-Arabië, Irak, Pakistan, India, Maleisië, Filipijnen en China. Zelfs een Chinese printerfabrikant contacteerde me. Ik ben precies een virtuele zijderoute aan het vormen richting een nieuwe afzetmarkt in China.

Als men informeert naar onze producten, neem ik telkens de tijd om even via Google Maps te kijken waar mijn Print&Share-software zou kunnen terechtkomen. Dankzij Google Translate leg ik in mijn e-mailantwoord vaak een klein accentje in de vreemde taal.
Met een ‘nǐ hǎo’ (hallo in het Mandarijns) probeer ik mijn Chinese contacten aan te spreken.

Recent voegde ik nog ‘gelukkig nieuwjaar’ toe in mijn bericht voor China.
De Chinezen vieren immers hun nieuwjaar op een ander moment dan in de westerse wereld. Hun nieuwjaar start afhankelijk van de nieuwe maan tussen 21 januari en 20 februari.
Dit jaar viel hun nieuwjaar op 17 februari.

2026 is voor hen het jaar van het paard. Dat is één van de 12 dieren uit hun dierenriem. Die 12 dieren worden nog gecombineerd met 5 elementen, en daardoor ontstaat een terugkerende cyclus van 60 jaar. Zo is 2026 het jaar van het Vuur-Paard.

Ik vroeg me af onder welk dier en element ik geboren ben…

Drieënzestig jaar geleden, in 1963, ben ik volgens de Chinese cyclus geboren in het jaar van het konijn, met het element water.
Ik ben dus van het jaar Water-Konijn.
Wat een geluk dat er een koppelteken staat, anders behoorde ik tot de muskusratten.

Nu moet je weten dat ik al méér dan 40 jaar in de Konijnenstraat woon. Dat kan geen toeval zijn… Er is dus mogelijk iets Chinees in mijn leven geslopen.

Er staat alvast nergens “Made in China” in een of andere huidplooi van mijn lichaam.

Of ik Chinese genen in mijn DNA heb zitten, is voor mij een raadsel.
Ik denk niet dat mama Irène ooit in de omgeving van een Chinees is gekomen… Laat staan té dichtbij.
En van mijn grootouders Alfons en Euphrasie of Octaaf en Maria weet ik het niet… Wél is het zo dat de Chinezen de slagvelden van de Eerste Wereldoorlog in de Westhoek kwamen opruimen… Zou een geel mannetje zijn slag hebben geslagen bij een van mijn grootmoeders?

Van de Heilige Maria weten we wel dat zij in verwachting geraakte zonder fysiek contact… Dat nemen we al 2000 jaar aan voor waarheid. Het moet een soort straling zijn geweest van de Heilige Geest.
Weet je, op onze kerktoren lagen vele jaren Chinese Huawei GSM-antennes voor Proximus.
Met Chinezen weet je maar nooit… Dat ze ons ermee kunnen afluisteren, kan ik begrijpen, maar dat ze misschien ook — wie weet — genen van een Heilige Huawei in mijn DNA ‘injecteren’…? Dat zou straf zijn.

Griet en Michel bij de oude GSM-antennes, 22 feb. 2026

Als dat het geval zou zijn, dan zal het alvast niet erg zijn. In de spiegel zie ik geen tekenen van spleetoogvorming.

Om mijn Chinese kantje te achterhalen moet ik me misschien niet concentreren op de mogelijke oorzaken, maar eerder op de kleine tekenen — die verraden vaak meer dan de oorzaken zelf.

Feit is wel dat ik thuis met stokjes de wokschotel naar binnen werk.
En… als ik er meer en meer over nadenk, gebruik ik ook Chinese Tigerbalsem bij hevige spierpijn.
En… van jongs af eet ik graag mandarijntjes. Zou dat iets te maken hebben met een mogelijke Mandarijnse taalachtergrond?
En… ik heb ook al eens nagedacht over een BYD (Build Your Dreams) elektrische auto.
Een rechtstreekse invloed kan het niet zijn, want ik ben nog nooit naar China op reis geweest.

Ondertussen moet ik aan een mopje denken van mijn schoonbroer Bart:
Cyriel tegen André: “Zijt gij nog in China geweest?” Waarop André antwoordt: “Nee.”
Cyriel: “Dan moet jij mijn broer kennen, die is ook nog nooit geweest.” 😉

Ik kom met de analyse van de tekenen niet verder om mijn Chinese kantje te achterhalen.

Laat me dan maar louter ‘Water’ en ‘Konijn’ van naderbij bekijken.
Wat betekenen water en konijn in mijn leven?

Op 24 maart 2008 wilde ik met een zekere drang naar de Wereldwaterdag in Ieper. We werden er precies op de proef gesteld om te zien of we wel bestand waren tegen water. De sneeuwvlokken maakten ons kletsnat en we rilden van de kou.

Later, meer bepaald op 4 oktober 2009 — de Dag van de Trage Weg — was ik ter gelegenheid van de opening van de Koekelareberg-wandeling gids op de Koekelareberg. Daar kon ik wandelaars uitleg geven over de vorming van de Koekelaarse getuigenheuvel. Ik herinner me eveneens een koude dag.
De vorming van het landschap fascineert me al lang. Ik zie voor mijn ogen hoe hier zo’n 10 tot 5 miljoen jaar geleden een Mioceenzee zich langzaam terugtrok en zo, beetje bij beetje, de Vlaamse heuvelrij vormde — van West-Vlaanderen tot in het Hageland. In dat kader ook de ‘Koekelaarse Poggio’.

Ter gelegenheid van de opening van de Koekelareberg-wandeling, t.g.v. Dag van de Trage Weg, 4 oktober 2009.

En ergens in dat verhaal begonnen ook beken en rivieren hun weg te zoeken.

Op 19 februari 2016 stond ik voor een klas in de lagere school van Kortemark-Elle. Ik mocht er vertellen over hoe ons landschap en onze rivieren zijn ontstaan. De leerlingen hingen aan mijn lippen en ik mocht nadien mee op rivierklas.
Toeval? Ik denk het niet. Blijkbaar heb ik iets met water.

En wat heb ik met konijnen?
Jarenlang kwam ons konijn ’s morgens naar me toe.
Vóór ik naar mijn werk vertrok, verwachtte Dummeltje dat ik hem eerst streelde.
Kwam hij tederheid zoeken?

Dummeltje wacht om even gestreeld te worden. (Foto 2009)

Een ander konijn kreeg, na jaren rond te huppelen in de tuin, twee keer een trombose. Die tekenen had ik gelukkig wél herkend. Na de tweede trombose bouwde ik voor hem een revalidatiecentrum.

Het konijnenrevalidatiecentrum op 25 oktober 2020.

Ik gaf het konijntje tijdens zijn laatste levensmomenten de best mogelijke zorgen.
Zouden de Chinezen dat hebben achterhaald?

En wat zegt de Chinese astrologie over mij?

Mensen geboren in het jaar van het konijn worden blijkbaar traditioneel beschreven als:
– diplomatisch en tactvol
– rustig en bedachtzaam
– gevoel voor harmonie en esthetiek
– vaak goed in onderhandelen of bemiddelen

Het element water voegt daar nog eigenschappen aan toe zoals:
– flexibiliteit
– intuïtie
– sterk aanvoelen van situaties en mensen

Hoplahoi… Ik verschiet van mezelf. Knap, wat die Chinezen tegenwoordig allemaal kunnen achterhalen!
Ik denk spontaan aan het liedje van Monty Python, I Like Chinese.

Leuk detail:
Volgens de traditionele Chinese opvatting is een jaar dat je eigen dierenriem draagt — voor mij was dit 2023 — een “Ben Ming Nian”. Dat wordt gezien als een jaar met méér veranderingen.

Wel, in 2023 had ik me gericht naar Japan.
Ik kocht me toen een Honda-scooter.
En mijn ingeslagen Japanse weg zet ik verder. Nu rijd ik met een Japanse moto.

Vertrek met de nieuwe Honda NC750X DCT vanaf Motor Center Westhoek, Veurne, 12 maart 2026.

Ze hebben het een beetje zelf gezocht, die Chinezen.

2083 wordt mijn volgende jaar als Water-Konijn…
Dan zal ik al mijn grootste verandering ooit achter de rug hebben.

Stof tot nadenken

Op de straathoek tegenover mijn kantoor situeert zich momenteel een behoorlijk grote bouwwerf. Waar ooit een ruime winkel, een café, een dancing en een verzekeringskantoor waren, worden nu nieuwe winkels en appartementen opgetrokken. Ondergronds komen garages. Een enorme put werd hiertoe uitgegraven. Al bij een lichte westenwind waait fijn zand eruit richting mijn kantoor.

Beeld van de slopingswerken op 28 maart 2025.
Het graven van de put werd aangevangen op 18 augustus 2025.

Het stof blijft niet buiten vóór mijn kantoor liggen, maar waait via het deurgat binnen. Het kleeft ook aan de voeten van iemand die bij ons binnenstapt. De keramische kantoorvloer is een zandtapijt geworden.
De bouwvakkers doen ons daarbij letterlijk in het stof bijten. Zit het niet tussen de tanden, dan voel je het zand zitten in de oren.

Nu is het zo dat Dina, mijn jarenlange vaste poetshulp, al bij de afbraakwerken van de oude bebouwing het puinstof niet meer de baas kon. Ze diende haar ontslag in.

Stof tot nadenken dus.

De aanschaf van een nieuwe mop met bijhorende centrifuge, aangedreven door voetkracht, wekte geen interesse op bij mijn technische collega’s. Dat je in moderne tijden een dweil niet meer manueel moet uitwringen maar dat de middelpuntvliedende kracht een mop van water ontdoet, kon hen een worst wezen. Er was geen interesse om de wetten van de fysica eens proefondervindelijk vast te stellen.
Dina wekte méér interesse op dan het technisch vernuft van mijn moderne Vileda Turbo EasyWring.

Wouter suggereerde de aanschaf van de allernieuwste schoonmaakrobot die in promotie stond. Wouter had met zo’n toestellen al ervaring.

Het topmodel van iRobot werd prompt, maar toch met een lichte twijfel, besteld.

We waren wat bang dat we bij de aankoop nieuwe speciale BTW-regels, per vloeroppervlak, door de regering-De Wever zouden opgelegd krijgen.
6% BTW voor de keukenschoonmaak, gerelateerd aan voeding omdat er een frigo en microgolf staat. 21% BTW voor de kantoorruimte. Voor de WC werd BTW-verlegd – hernoemd tot BTW-verlicht, de reden zal wel duidelijk zijn – verwacht.

De verwachtingen waren hoog. De koerier kon niet vlug genoeg komen.
De fantasie vierde intussen hoogtij. We zouden de robot respectvol, en door de goede herinneringen, als ‘Dina’ inschrijven. Niet in het personeelsregister, maar als naam registreren in de app.

Dina kwam ‘Dead on Arrival’ aan.
Nog geen poot uitgestoken en direct arbeidsongeschikt. Haar stootrand zat los.

Een collega boog het onprettig gevoel om door ons aan de echte Dina te laten denken. Laat ons zeggen: Dina was goed voorzien van poten en oren.
Lachend vulde ik aan: ‘Annie Bump’. Als zij rolschaatsen zou dragen, kan ze op de kermis meteen meedoen met de botsauto’s. Ik zei dat koplampen in haar stootrand waren ingebouwd. Een frontale botsing zou een leuke blijvende herinnering zijn.
De defecte stootrand van de iRobot bezorgde ons nog wat kantoorpret.

De iRobot terugsturen had veel voeten in de aarde. Om de klantenservice telefonisch te bereiken moest je geduld hebben. Met één wachtende voor me verminderde de informatieve wachttijd niet, maar die liep op. Ik deed daarom meermaals een poging.
’s Anderendaags probeerde ik opnieuw, én met succes. Ik ontving een label zodat UPS de doos kon ophalen en terugsturen.

Twee dagen later belde DHL. Ik antwoordde: “Sorry mevrouw, maar jullie collega’s van UPS hebben gisteren al het pakket opgehaald”.

Ik kreeg dit bericht:

Beste Gerdi Staelens,
We hebben je retourzending ontvangen. Het spijt ons dat het product niet voldoet.
Er is een tegoed toegekend aan uw oorspronkelijke betaalmethode. Het kan tot 14 dagen duren voordat deze restitutie is betaald, afhankelijk van de betalingsprovider.
We hopen dat je binnenkort weer bij ons gaat winkelen.
Het iRobot-team

Ik was verrast dat ik een tegoed zou hebben.

De afrekening voor het tegoed: 0,00 €
Btw: (0,00 €)*
Verzendkosten: 0,00 €
TOTAAL: 0,00 €
*Btw is inbegrepen in het verkoopbedrag

Het liedje ‘Service’ van Wannes Cappelle van Het Zesde Metaal leek verder volledig toepasselijk te zijn.

Het moet gezegd worden: we zijn onder de indruk van het technisch vernuft. Dina gebruikt amper haar stootrand. Door haar camera stuurt ze rakelings langs alle randen en hindernissen. In hoekjes kan ze haar rol uitschuiven, zodat ze weinig ongepoetst achterlaat.

We spelen soms met haar voeten. We doen dan de deur voor haar neus dicht. Dan moet ze een andere weg volgen naar de plaats waar haar opdracht wacht. We leggen ook al eens een deurmat in de weg. Dina trekt haar plan. Ze denkt beslist ‘met alle Chinezen, maar niet met den dezen’.

Ik begin een negatief kantje van me vast te stellen. Het is op het randje van pestgedrag en uitbuiting. Ik laat Dina immers vaak nachtarbeid doen, terwijl ze de taak eigenlijk kan vervullen kort na de kantooruren. Ik laat haar méér schoonmaken dan nodig. Wat een geluk dat ik geen Dimona-aangiftes moet indienen, anders viel ik door de mand.

Toch sus ik mezelf, want Dina is mijn voorkeur Google Assistant geworden. Ik geef haar liefdevol de instructies: “Laat Dina de vergaderruimte schoonmaken” of “Laat Dina de inkom dweilen”.
Maar soms volgt ze niet strikt mijn instructies. Vaak gaat Dina dweilen i.p.v. stofzuigen. Misschien een taalbarrière door haar vreemde afkomst?
Of zou Dina één of andere artificiële weerspannigheid uiten, omdat er ook grenzen aan een flexi job zijn?

Dan schuilt er toch onderhuids een schuldgevoel.
Ik verwacht te veel van haar. Ik laat haar te veel werken.

Ergens kan dat kloppen, want het meegeleverde flesje StayClean was op amper drie dagen leeg.
Ik moest dus op zoek naar nieuw schoonmaakproduct. Geen Ajax of Mr. Proper.

Dina verwacht van mij pH-neutrale vloerreiniger. Dat wijst volgens mij terug op haar artificiële intelligentie. Het nieuws ging beslist als een lopend vuurtje rond onder de collega’s van de schoonmaaksector:

Poolse poetsvrouw vergiftigt ‘onuitstaanbare’ collega met bijtend kuismiddel: “Hier komt de thee”. HLN, 31 maart 2025.

Ik wilde de perikelen van de vorige een online-levering vermijden en stapte bij Vanden Borre binnen.
“Hebben jullie zo’n StayClean voor iRobot?”. De verkoper antwoordde me: “Meneer, je weet toch dat iRobot failliet is? We hebben wel een universele floorcleaner in één literflessen”.

Nog in de winkel kon ik achterhalen dat het Amerikaanse bedrijf achter iRobot en Roomba, Chapter 11 had aangevraagd en intussen werd overgenomen door Shenzhen Picea Robotics, een bedrijf uit China dat veel Roomba-robots produceerde voor iRobot. Oefffff…

Dan blijft er finaal nog één probleem: Dina draait haar te veel in het WC. Ze laat sporen achter.

Het noorderlicht, met een schaduwkant

Niet alles is wetenschappelijk verklaard.
Maar soms ben je héél zeker over een verklaring voor een mysterie.
Ik zit in die fase.

Amper drie dagen heb ik getwijfeld over iets waarover wetenschappers zich nog niet hebben uitgesproken.

Ik ken nog niet alle details, maar toch wil ik mijn vaststelling al wereldkundig maken. Misschien pikt men mijn bevindingen meteen op voor Nature, ’s werelds meest toonaangevende multidisciplinaire wetenschappelijke tijdschrift.

Het gaat over het noorderlicht.

Nu is er al heel wat gekend over dat fenomeen, maar toch niet alles.
Zo is het nog niet gekend wat de impact is van het noorderlicht op levende wezens.

Mijn mogelijkheden om onderzoek te doen zijn beperkt.

Als levende wezens heb ik slechts twee konijnen en twee duiven. Daarmee moet ik het doen, en daardoor is mijn steekproefgrootte beperkt om sluitende wetenschappelijke conclusies te trekken.

Toch zal ik niet verder nagaan hoe mijn konijnen zich gedragen bij noorderlicht. Mijn langoor zit immers altijd ergens anders in de tuin. Zoek die maar eens in het donker. Tegen dat je het konijn gevonden hebt, kan het noorderlicht al gedaan zijn.

Mijn koppeltje duiven zit tijdens de nacht daarentegen wel altijd op hetzelfde veilige plekje. Vanuit hun slaapplaats kijken mijn Gentse kroppers naar het noorden, over een open ruimte. Ideaal dus om te observeren welke impact het noorderlicht heeft op levende wezens.

Ik hoor je al reageren: “Slechts twee duiven? Griet is daar ook nog.”

Akkoord, maar ze vertikt het om in de winteravonden lang buiten te staan.

Trouwens, ik ben ook geen voorstander om het onderzoek met Griet te doen, want volgens de christelijke leer raakte de maagd Maria in verwachting door de Heilige Geest. Op oude schilderijen wordt de Heilige Geest voorgesteld als een duif gedragen door licht. Dat licht werd later vaak voorgesteld als iets plots, overweldigend, elektrisch en onontkoombaar.

De Bijbel beschrijft de situatie voor mij te onduidelijk. Ik kan mijn pap niet koelen met iets als: “De Heilige Geest zal over u komen en de kracht van de Allerhoogste zal u overschaduwen.”

Ik neem dus geen risico met Griet. Met twee kinderen heb ik genoeg en ik wil niet dat ik, zoals Jozef, pluspapa moet worden van een kind waarvan mijn Gentse kropper de natuurlijke of geestelijke — whatever — vader zou kunnen zijn.

Dus het zijn enkel mijn duiven die in het Nature-artikel zouden kunnen komen.

Bij het laatste sterk waarneembare noorderlicht, in de avond van maandag 19 januari 2026, keek ik naar een leuk tv-programma en was mijn jeneverglaasje net vol. Dat weerhield mij ervan om te gaan kijken hoe mijn duiven zich gedroegen onder invloed van het noorderlicht.

Spijtig, want op dinsdag vielen mijn wetenschappelijke mogelijkheden volledig weg. Ik kon mijn observatie-eenheid, mijn Gentse kroppers, niet meer vinden. Ze waren ervandoor.

Gedaan met mijn wetenschappelijke ambities.

Of toch niet helemaal…

Pas nadat ik een artikel las op VRT NWS las besefte ik dat er werk op de plank lag voor mij.

Noorderlicht in Vlaanderen © VRT NWS, Dennis van den Buijs,
“Reken niet op het noorderlicht vanavond”, zegt Volkssterrenwacht Urania in Hove di 20 jan. 2026 13u51?

Ik las:
Het waren maandagavond dan ook unieke omstandigheden, benadrukt de directeur van Urania. “Door die zonnestormen zijn er gaswolken de ruimte ingestuurd aan 1.000 kilometer per seconde, dubbel zo snel als normaal. In amper 48 uur bereikten ze de aarde. Door die snelheid zijn de geladen deeltjes van de zon ook veel verder doorgedrongen dan het poolgebied. Wanneer die reageren met de atmosfeer op 70 kilometer hoogte zie je groen en roze licht.”
Zelfs de vele leden van Urania die de ruimte op de voet volgen, waren verrast. “Deze intensiteit had niemand voorspeld. Tot 22 uur gisteravond, toen onze WhatsApp-groep begon te ontploffen en de eerste waarnemingen van overal in Vlaanderen kwamen”, zegt Van Den Broeck.

Ineens besefte ik dat mijn Gentse kroppers wel eens schrik konden hebben gehad van het noorderlicht.

Thomas en Marc, ervaren duivenliefhebbers, hadden hier nog nooit van gehoord. Verstoord aardmagnetisme zagen ze als mogelijke oorzaak voor een oriëntatieprobleem bij het vliegen… Maar mijn duiven zaten stil, in slaapmodus.

Ik zocht naar alle beschikbare informatie over het noorderlicht, gecombineerd met aardmagnetische verstoringen én vooral de impact ervan op duiven.

De beschikbare informatie viel tegen. Mijn onderzoeksonderwerp bleek grotendeels onontgonnen terrein te zijn.

Ik maak een samenvatting van wat ik kon vinden:

Bij hevige zonneactiviteit worden geladen deeltjes (elektronen en protonen) intenser de ruimte in geslingerd.

Die deeltjes worden door het aardmagnetisch veld afgebogen naar de polen. Daar volgen ze de magnetische veldlijnen, maar als er veel zijn kunnen ze het magnetisch veld laten wiebelen.

Duiven hebben een soort magnetisch kompas in hun lichaam. Ze oriënteren zich deels op het aardmagnetisch veld, dat dus verstoord kan zijn.

Terug naar de deeltjes…

Terwijl de deeltjes in de atmosfeer dringen, botsen ze met gassen en ontstaat er licht, wat we noorderlicht noemen.

De verschillende gassen, die zich elk op een bepaalde hoogte bevinden, zorgen voor een specifieke kleur.

De meest voorkomende groene kleur ontstaat wanneer de deeltjes botsen met zuurstof op zo’n 100 tot 150 km hoogte. De zeldzamere rode kleur ontstaat bij minder zuurstof boven de 200 km.
De paarsblauwe kleur ontstaat door de botsing met stikstof.

Het noorderlicht bestaat dus niet uit één kleur, maar uit een mengsel van emissies. Ons oog heeft drie types kegeltjes die elk reageren op een bepaalde lichtgolflengte, met wat overlap. Ons brein reduceert die kegeltjesinformatie tot één kleur. Ons brein maakt van het noorderlicht een overwegend groene kleur.

Blijkt dat duiven méér zien dan mensen. Ze kunnen ook ultraviolet en gepolariseerd licht waarnemen, kleuren die voor ons eenvoudigweg niet bestaan.

Dat komt omdat duiven vier aparte kegeltypes hebben voor UV, blauw, groen en rood. De kegeltjes hebben minder overlap en reageren strikter op het groene zuurstoflicht, het blauwe stikstoflicht en het UV-licht, zonder dat ze tot één kleur versmelten.

Het noorderlicht is voor een duif dus niet groen, niet blauw, maar een complex patroon van kleur, intensiteit en richting.

Tot zover mijn samenvatting van de wetenschap over ruimtefysica, neurobiologie en zintuiglijke fysiologie.

Maar of mijn duiven stress konden krijgen van het noorderlicht blijft zonder sluitend wetenschappelijk bewijs.
De studies zijn tot nu toe vooral gericht op magnetische veldverstoring en navigatie.
Wél zijn er studies die laten zien dat kunstlicht stressreacties veroorzaakt bij vogels, vooral wanneer ze tijdens hun slaap storend licht ervaren. Dan wordt corticosteron aangemaakt, het belangrijkste stresshormoon bij vogels. Corticosteron is objectief meetbaar in bloed en veren.

(Hitchcockproject.org: Urban wildlife: how noise and light pollution affect birds, 07 Dec. 2020 – To study the impact of noise and light on birds, Ouyang measures a hormone called corticosteron)

Met de informatie van vogelliefhebbers kwam ik een stap verder…
Ik vond de vraag “wat zien duiven?” terug op een Reddit-forum.

Het eerste antwoord van ‘eden-flight’ was meteen to the point:
“Veel vogels kunnen een veel breder kleurenspectrum zien dan wij. Als ik me goed herinner, zien wij ergens rond de paar miljoen kleuren tegenover hun miljarden.
Dingen lijken veel levendiger voor hen, wat ook hun vermogen om effectief in donkere plaatsen te zien kan beïnvloeden, tenzij ze zich daarin specialiseren zoals uilen.
Dingen zoals de Kelvin-waarde van onze dagelijkse gloeilampen lijken voor hen heel anders dan voor ons. Wit licht zal blauwer lijken voor hen, terwijl warm licht roder lijkt. Rood veroorzaakt paringsgedrag terwijl blauw stress veroorzaakt, dus je zou daglicht-Kelvin voor ze willen.”

From < https://www.reddit.com/r/pigeon/comments/1c6l695/what_do_pigeons_see/?tl=nl&captcha=1>

Meteen werd het ook duidelijk waarom ik schrik heb van blauw zwaailicht.
En… waarom ik het warm krijg in het Glazen Straatje in Gent.

Radio 1 hielp me op zaterdagochtend 24 januari nog een stap verder.
Ik hoorde in De Ochtend de reportage van Joris Vergeyle: “Wat is de impact van hormonen op het vrouwelijke brein?”

Oké, ik weet dat ik mij op glad ijs begeef…
Maar Patricia Clement (UGent) legt uit dat hormonale veranderingen de doorbloeding van de hersenen beïnvloeden. En dan krijgen vooral vrouwen hoofdpijn, stress e.d.m. Mannen ook, maar minder.

Dan is 1 en 1 toch 2?

– Duiven schrikken tijdens hun slaap door fel licht.
– Het noorderlicht, met zijn UV-licht, was op 19 januari 2026 héél fel.
– Duiven hebben aparte kegeltjes voor UV en geven sterke prikkels door.
– Het corticosteronhormoon wordt aangemaakt.
– De hormonale verandering veroorzaakt meer doorbloeding in de hersenen, hoe klein ze ook zijn.
– De duiven ervaren stress en pijn.
– En foetsie zijn ze… naar veiligere oorden.

Dezelfde zaterdag, de eerste dag met mooi weer, landden mijn duiven om 14 uur terug!
Na vijf dagen was de schrik weg…

Vandaag nam Marc uit Limburg contact met me op. Hij liet me weten dat zijn broer op dinsdag twee van zijn vier duiven miste.

Toeval?

Mijn hypothese staat recht.
Ik heb mijn Gentse kroppers terug.
Nature heeft mijn artikel nog niet opgepikt,
maar bij het volgende noorderlicht
laat ik mijn jenever toch even staan.

Oh ja — diezelfde zaterdag had ik finaal vier duiven.
Ik ging bij Thomas nog een koppeltje ophalen.
Ik zal tijgertjes leren kweken.

De Kamer voor Minnelijke Schikkingen

Ik volgde een cursus minnelijke schikking en wil mijn opgedane kennis toetsen aan een situatie die echt zou kunnen zijn geweest.

De spanning is al een tijdje te snijden op ons pleintje waarop ik vanuit mijn living uitkijk. Louise woont links van me in het straatje dat op het pleintje uitkomt. Gaston is mijn rechterbuurman.

Louise en Gaston, 2 augustus 2008.

Louise en Gaston zeggen elkaar geen goede dag meer. Ze mijden elkaar zoveel mogelijk.

Roger, de zoon van Gaston, die in het straatje recht tegenover Louise woont, is de man met raad voor zijn vader. Hij vindt dat Gerdi moet weten dat er wat scheelt. Na maanden van spanningen en twisten komt Roger me vragen of ik eens met beiden wil praten en eens bemiddelen.

Roger vertelt me dat het probleem zich vermoedelijk situeert in de kaartersclub van Okra. Louise en Gaston manillen aan hetzelfde tafeltje en beiden kunnen dit seizoen clubkampioen worden. Hij kent de juiste reden niet, maar vermoedt dat één van de twee vals speelt.

“Gerdieten, gie kunt da”, “je ziet gie nog ne rappen, regelt dat ne keer”, smeekt Roger.

’t Is donderdagavond en ik schrijf vlug een A4-tje als uitnodiging voor komende zondagvoormiddag om 10u. Mijn briefje is voor de tachtigers geschreven met grote letters en in begrijpelijk West-Vlaams.

Bij Gaston geraakt het briefje moeilijk in de brievenbus, want de streekkrant zit er nog in. Door de streekkrant niet uit de bus te halen protesteert Gaston tot de volgende week omdat hij geen reclame wenst: “Het klevertje is toch duidelijk: geen reclame!”. Feitelijk haalt hij die krant er ’s anderdaags wél uit omdat hij anders onzeker is of hij anders wel het duivengazetje zou ontvangen. Maar vóór de streekkrantbedeling op vrijdag komt. steekt hij de vorige gazet terug.

Ik probeer de zaterdagavond nog eens na te denken over mijn buren. Niet te veel, want ik wil de situatie bekijken met een open vizier. Geen ingenomenheid ten opzichte van mijn lieve buren.

Gaston is competitief ingesteld. Hij speelt met duiven. Ik weet dat hij niet zo goed kan kaarten, maar hij wil ook eens Okra-kaartkampioen zijn.

Louise is minder gedreven en ze tolereert een foutje. Ze heeft ook zo’n klevertje op de brievenbus waarmee ze te kennen geeft aan de krantenbedeler dat ze geen reclame wil. Louise lost echter het probleem op haar manier op. Ze steekt haar kachel aan met de streekkrant.

Klokslag 10 horen we simultaan onze deurbel in de keuken. Ze zijn beiden stipt.

Ik probeer de weg wat voor te bereiden en help hen de twee trapjes op aan mijn voordeur.

Mijn living is de kamer voor de minnelijke schikking. “Ga junder moa gemakkelijk zetten aan tafel, elk aan ne kant”, zeg ik terwijl ik me aan de kop van de livingtafel zet.

Ik voeg er nog aan toe: “Als de zon in junder ogen zit, moet je maar ne stoel opschuiven.” Eigenlijk is dat zever, want de zon zit om 10u nog maar aan mijn voordeur, maar ik wil gewoon tonen dat ik de fijne dingetjes van de cursus begrijp, zoals dat het licht in de kamer belangrijk is. Dat even terzijde.

Ik speel even schoolmeester en bepaal enkele spelregels. Ze weten van mij dat ik geen onbeperkte tijd heb en wil afsluiten om 12u.

Ik laat Gaston eerst zijn verhaal brengen. Ik ben immers tegen positieve discriminatie en wil niet dat men denkt dat ik vrouwen bevoordeel.

Met mijn handen vorm ik een dakje. Door een andere cursus weet ik dat ik dan de indruk geef dat ik aandachtig luister.

“Als ik trakteer, drinkt Louise altijd paters van 12°.” “Ik heb dan altijd een duurdere rekening op het einde van de kaartnamiddag”, zegt Gaston met een toch behoorlijk forse stem voor een tachtiger. “En met mijn pensioentje is dat niet simpel.”

Ik herken de emoties bij z’n laatste zin.

Dan is het aan de beurt van Louise: “Waarom zou ik niet mogen kiezen wat ik drink?” “Ik ben een vrij mens.” “Van mij mogen ze ook toch drinken wat ze willen.” Ze zegt nog: “Ik cijfer daar zo niet naar.”

Gaston voelt zich aangevallen.

“Ik ben toch geen gangster… en één van West-Vleteren zou nog duurder zijn. En moest je dat drinken op de platse in Koekelare, je gaat nogal een beetje meer betalen”, gaat Louise verder.

De sfeer slaat om als Louise zegt: “Over wat zeur jij eigenlijk?”

Ik zeg: “Een momentje.”

“We gaan dat onderwerp even parkeren.”

“Parkeren?”… Simultaan kijken Gaston en Louise naar buiten naar het pleintje. “Parkeert daar nu een wagen? De kinesist komt toch niet op zondagvoormiddag”, zegt Louise.

Louise draait haar hoofd terug naar mij en zegt: “En als dat hier zo is, moe ’k niets meer hebben om te drinken.” “En weet je wat… ’k ga niet meer gaan kaarten.” “Were naar huys gaek… Godverdomme.”

Griet waant zich simultaan een basketbalcoach en stuurt aan op een time-out. Ja, dat vergat ik nog te zeggen: ik stelde Griet aan als observator. Ze mocht subtiel tussenkomen.

Ik heb chance, want de Getuigen van Jehova bellen net aan. Ik stap naar de voordeur en zeg terwijl: “Denk eens na of de drankrekening de enige reden is voor het probleem.” Ondertussen konden ze ook wat stoom aflaten.

Ik geef de Getuigen iets méér tijd voor hun praatje, voor ik ze vriendelijk verzoek om het af te trappen.

Ik zet me terug aan tafel en zeg: “Is er hier niet iets meer aan de hand?”

Doelbewust vraag ik Louise niet “waarom” ze een trappist vraagt, maar formuleer ik mijn vraag als volgt: “Is het drinken van een trappist belangrijk voor jou?”

Louise zegt me: “Met een pater neemt mijn nervositeit af tijdens het kaarten en ’t is er één van 8° en niet van 12 graden.” Ze vult zonder naar adem te happen aan met: “Als ik laat in de namiddag koffie drink, krijg ik maagzuur.” “En als ik witte wijn drink, krijg ik ’s nachts krampen in mijn kuiten.”

Ik zeg: “Ja, dat weet ik van jou,” en vul met een te snel tempo aan: “Alcohol werkt vocht afdrijvend en dan heb je tekort aan magnesium of kalium. Dat zijn de klassieke oorzaken van spierkrampen. En witte wijn bevat vaak meer sulfieten dan rode wijn en sommige mensen reageren daar gevoelig op. Witte wijn is doorgaans ook zuurder dan rode wijn. Bij sommige mensen verhoogt dat de prikkelbaarheid van de spieren…”

Ik besef ineens dat ik een beginnersfout maak. Ik moet Louise niet bevestigen. En ik meen dat ik beter wat trager spreek om de opwinding bij Gaston niet op te drijven. Hopelijk zorgt de lage toon van mijn zondagochtendstem voor wat compensatie.

Ik sus mezelf, want Gaston weet nu tenminste dat Louise niet als een profiteurke kiest voor een trappist.

Gaston wil het woord…

“Witte wijn? Mijn voeten… Ze boft altijd met haar Picon vin blanc… da’s ook met witte wijn en dan spreekt ze niet van krampen. En trouwens, Louise is van geboorte uit Normandië en daar drinken ze calvados en geen picon. Ik heb jaren het bietenseizoen in Livry-Louvercy gedaan, dáár drinken ze picon. Ík, verdomme, ík kan het weten! Ze kent niets van picon.”

Louise reageert…“Maar jouw duiven schijten altijd op mijn dak.”

Ze vult aan met: “En ook op jouw dak, Gerdi. Gij zijt er ook niet blij mee.”

Ik laat niet toe dat Louise sympathie losweekt bij mij.

Ik overweeg een caucus in onze keuken. Maar ik doe het niet, want in onze living zou je kunnen horen wat we in de keuken zeggen. En dat Franstaligen graag een caucus doen kan goed zijn, maar Louise is een Française en geen Waal.

Ik kom tussen en schrijf de woorden picon en duiven op de flipchart…

“Dat gaan we beter eerst oplossen,” zeg ik… en “Wat is volgens jullie prioritair?”

“De duiven,” zegt Louise!

“Voor mij ook de duiven,” zegt Gaston!

Ik identificeer de belangen.

Ik voel een compatibiliteit en laat hen aan het woord.

Gaston: “Ik kan niet verdragen dat ze de streekkrant gaat opbranden als mijn duiven trainen. Die beestjes moeten vliegen in zuivere lucht.”

Gerdi: “Wat is volgens jou de oplossing?”

Gaston: “Ze moet de streekkrant opbranden op donderdag, vrijdag of zaterdag, als mijn duiven op weg zijn naar Arras, Dourdan of Barcelona. Dan hebben ze geen last van de vuile rook.”

Gerdi tegen Louise: “Heb je daar problemen mee?”

Louise: “Nee, ik wil de kranten opbranden op vrijdagvoormiddag. In de namiddag komt de poetshulp en dan kan ze dat stof ervan mee opvegen.”

Gaston en ik fleuren op.

Maar ik weet ook van een ‘spook’-situatie…

Roger heeft een vliegenraam aan de kant van het straatje. Hij kan horen en zien wat Louise zegt en doet. Als Louise het voornemen heeft om kranten te branden, gaat Raymonde, de vrouw van Roger, meteen naar haar schoonvader… en zegt: “Laat de duiven nu maar vliegen. Het zal straks regenen.”

Gaston weet van toeten noch van blazen.

Hij beseft dat hij op stang is gejaagd voor iets dat kon vermeden worden.

Gaston is beschaamd.

“Gaston, kan jij met iets compenseren?” vraag ik nog.

Gaston: “Ze mag ook mijn streekkrant opbranden.”

Louise glundert.

En nu stel ik voor om het probleem van de drankrekening van de Okra-kaartnamiddag op te lossen. Ik minimaliseer niet en zeg niet “drankrekeningske” want dit is het hoofdprobleem!

We brainstormen, ik gebruik de flipchart:

  • “Ik schrikkel een traktaat, ne pater is 33 cc en ik kan toch zo vlug niet drinken,” zegt Louise.
  • “Misschien kunnen we het rekeningske delen,” zegt Gaston.
  • Louise zegt nog: “We gaan nog een zakje chips vragen, voor ons samen.”

Ik meen dat de drie voorstellen kunnen gecombineerd worden. Ze vormen samen een goede oplossing.

Ik herhaal wat we zijn overeengekomen.

Louise en Gaston zijn gelukkig.

Griet vraagt: “Ga je nog wat drinken?”

Louise zegt: “Als er nog zo’n West-Vleteren is, da misschien.”

“Heb je nog van die picon staan, zoals van de laatste keer?”, vraagt Gaston.

“Ja ja, Gaston, de fles was nog niet uit.”

Welke software probeert jouw boekhouder jou op te dringen?

Laat ons eens eerlijk zeggen welke software boekhoudkantoren je vandaag willen laten gebruiken.

Billit, Billtobox, ClearFacts… zijn allemaal portaal- en hulpsoftware voor boekhoudkantoren. We noemen dat tegenwoordig “pre-accounting software”. Maar dit zijn niet de echte boekhoudprogramma’s waarmee het kantoor zelf werkt.
En vooral: het zijn géén programma’s om bedrijven mee te automatiseren.

In het begin lag de focus van zo’n pre-accounting software vooral op het automatisch verwerken van gescande facturen, om zo wat tijd te winnen voor de boekhouder. Maar dat bracht ook problemen mee: een ‘0’ al eens gelezen als een ‘O’, en een ‘1’ als een ‘I’.

Later hebben ze van die hulpmiddelen dan maar een portaal gemaakt zodat klanten hun facturen niet meer fysiek moesten binnenbrengen. Want ja, als een bedrijf zelf z’n PDF-facturen aanmaakt of ontvangt, moet er in het kantoor niks meer gescand worden. Dan is het logischer dat klanten gewoon hun PDF’s slepen naar een portaal dat gekoppeld is aan de pre-accountingsoftware van hun boekhouder.

Maar daarmee was het echte probleem — het interpreteren van facturen — nog altijd niet opgelost.
Er bleef een vertaalslag nodig.

Om die conversieproblemen te omzeilen, hebben die softwaremakers het dan maar met de grove borstel aangepakt: ze hebben er een simpel facturatieprogramma in ingebouwd, met alle beperkingen van dien.
En zo moest de handelaar zich maar aanpassen aan wat de boekhouder ooit gekozen had als hulpprogramma. Dat was dus ‘omgekeerde wereld’.

Intussen is die dwingende houding — “gebruik ons facturatieprogramma want anders kunnen we jouw facturen niet verwerken” — volledig achterhaald. Met elektronische facturen is er namelijk géén vertaalslag meer nodig.

Alle e-facturen volgen dezelfde structuur. Laat ons zeggen: alle pakketten spreken intussen Esperanto. Iedereen begrijpt elkaar zonder tussenpersoon. Jouw facturen kunnen bijna rechtstreeks in het boekhoudpakket van je boekhouder worden ingelezen.

En eigenlijk… voor een boekhoudkantoor zelf is pre-accountingsoftware vandaag niet eens meer nodig.

Het is gewoon een extra kost die uiteindelijk bij jou terechtkomt — zonder dat jij er nog voordeel uit haalt.

Oh, ja… houdt jouw boekhouder vast aan zijn pre-accountingsoftware, geen probleem.
Vraag hem naar jouw informatie om automatisch de verbinding te maken. Wij configureren dan jouw programma.

Lees ook dit hierover:

Over Theofiel, Firmin en de voortplanting van mijn kroppers

Mijn koppeltje Gentse kroppers inspireert me om meer te leren over duiven.
Maar hoe meer ik erover lees, hoe meer vragen ik me stel.

Misschien is dat een gevolg van mijn informaticaopleiding. Mijn strakke ‘dan en alleen dan als’-redenering blijkt niet gevolgd te worden door mijn gevleugelde vrienden. Als beginnende duivenmelker denk ik misschien te veel na en geraak ik zo van mijn melk.

Ook informatie van ervaren duivenmelkers zorgt voor nog meer verwarring.
Zo weet Eric het geslacht te achterhalen door de lengte van het middelste teentje te observeren. Thomas herkent het mannelijke geslacht aan kleine vlekjes op de vleugels. En ik zie zelfs het verschil niet.
Marc doet een lookteentje in het water. Anderen weten dat badzout gunstig is… voor…? Ik kan het niet meer volgen.

Neem het van mij aan, duiven houden is complex. Én toch kon Gaston, mijn buurman zaliger, goed overweg met de duivensport – waarmee ik niets wil beweren over zijn capaciteiten, eerder over mezelf.
Toch laat ik mijn vleugels niet hangen, want ‘duiven houden voor beginners’ toont aan dat ik niet alleen ben.

Hoe dan ook, het is duidelijk dat ik zelf ervaring moet opbouwen en mijn eigen weg moet gaan. Volharden is daarbij de boodschap.
Toch is knowhow van derden nodig. In mijn familie ging de informatie niet over van vader op zoon. Mijn vader kweekte in mijn jeugdjaren wel enkele duiven, maar dan om op te eten.
Thomas is zo vriendelijk om me wat te begeleiden.
Ik combineer zijn informatie met het lezen van artikels, liefst wetenschappelijke.

Zo las ik dat de lentezon de geslachtsklieren van mijn jonge kroppers activeert. Bij het wijfje zouden de eierstokken follikels ontwikkelen en oestrogenen aanmaken. Bij mijn doffer zouden de testikels groeien en testosteron aanmaken.
Zou Gaston dat ooit geweten hebben?

Het paren is eveneens een boeiend onderwerp. Zeker als je weet dat Darwin de penis van een mannetjesduif omvormde tot een multifunctionele cloaca. Darwins ontwerp komt dan misschien wel de aerodynamica ten goede, maar ik heb mijn twijfels of een doffer wat seksueel genot heeft tijdens zo’n stuntelige cloaca-kus.

Hun allereerste broedsel bracht meteen één jong ter wereld. Een jonge doffer werd geboren op 18 april 2025. Ringen deed ik op 26 april 2025.

Voor dat laatste trok Thomas aan de noodrem. Bij het zien van een WhatsApp-foto nam hij meteen de smartphone. Ik hoorde dat ik werkelijk álles foutief deed: “Gerdi, dat ringetje moet aan het rechterpootje, het moet boven het kniegewricht en de tekst moet ondersteboven“.

Mijn redenering hiervoor was nochtans onderbouwd. Ik draag mijn trouwring aan mijn linkerhand, dus die duif ook.
En hoe Griet mij 40 jaar geleden heeft geringd – met de gegraveerde namen en trouwdatum ondersteboven of niet – dat kon me een worst wezen. Maar bij mijn duiven moesten de regels van de kunst gevolgd worden.

Over het voeden van de jongen wist ik ook niet veel.
Ik dacht dat vogels hun eten wat zouden pletten in hun bek tot het fijn was om zo aan hun jongen te geven. Zoals moeders destijds vóór dat Bambix of Nutricia bestond ‘mompjes’, voorgekauwde voeding aan hun baby’s gaven. Nee, blijkt dat het woord duivenmelkers een achtergrond heeft… Duivenmelk of duivenpap bestaat effectief.

Duivenmelk komt niet uit verborgen tepeltjes op het duivenlichaam. Trouwens, stel je voor dat de jongen met hun snaveltje – ik denk aan een knipschaar – daarmee zouden moeten eten… Ai ai, voor de mama-duif.
Nee, duivenmelk is een witte tot geelachtige voedzame en zachte substantie die gevormd wordt in de kropwand van ouderduiven en dit zowel bij de doffer, als bij de duivin! Twee dagen vóór het uitkomen van de eitjes schiet een chemisch proces in gang. Ik las dat er tot 60% eiwitten en 30% vetten in de melk zit. Ook vitaminen o.a. calcium, fosfor, vitamine A & B, antistoffen en bacteriën versterken de darmflora en immuniteit van de jongen. Ik moet nog controleren of die componenten allemaal in mijn Natural Sierduivenmengeling zitten.

Duivenmelk verdikke… Zo voedzaam! Raar dat men er nog niet op grote schaal mee uitpakt en dat de firma Packo hier nog geen melkmachine voor heeft uitgevonden.

Mijn duivenjong begon zelfstandig te eten op 9 mei en op 12 mei deed hij aan vleugelfitness in het broedhok. Dertien dagen later kwam hij voor het eerst naar buiten. Maar ik had met hem al eerder een toertje in de tuin gemaakt.

Daags voor de nationale feestdag migreerde mijn jonge doffer naar Hasselt, naar het hok van Marc.
Marc had daarvoor een mooie moderne aluminium duivenkooi mee. Toen pas besefte ik dat ik met een oude uitgerafelde rieten mand, van wijlen Gaston, bij Thomas was geweest om het ouderpaar op te halen. “Wat is me dat hier“, moet Thomas hebben gedacht. “Dat heb ik jaren niet meer gezien“. Maar ja, als je van niet beter weet…

Er volgden nog vier broedsels maar die bezorgden me geen jongen meer.

Alhoewel het niet gebruikelijk is bij duiven, zou ik toch een broedmachientje overwegen waarbij ik de eitjes zou verwisselen. Ik moest toch iets ondernemen opdat mijn duiven geen postnatale depressie zouden krijgen.

Men fluisterde in mijn oor dat ik de eitjes kon vervangen door patatjes. Ik weet nog altijd niet of men mij te graaien nam of niet. In elk geval, ik heb vooraf een duiven-IQ-test gedaan. Een zwakke score. Mijn kroppers zorgden zowel voor een te klein patatje als voor een te grote patat.

Toch vond ik dat ik niet te erg met hun edele delen mocht spelen. Dus reed ik naar Lichtervelde om plastieken eitjes. De Demster-verkoopster zei me: “meneer ze zitten per 20 verpakt”. Achttien, jawel achttien, eitjes te veel. Ik had geen keus.

Bol.com leverde mij de HHD luxe broedmachine 24S, ook voor te veel eieren maar dat was het knapste toestel. Ik kon achterhalen dat de ideale broedtemperatuur 37,5 °C is en de machine werd dan ook tot op de komma precies ingesteld.

Ik wilde mijn broedende duiven niet doen schrikken door te koude plastieken eieren onder hen te leggen.
Hoe zou ik kunsteitjes op 37 °C krijgen?

Simultaan dacht ik aan een mopje:
Er was eens een man, laten we hem gemakshalve Theofiel noemen.
Die liep steeds depressief rond, een beetje ‘Radio Deprimo’ dat we zeggen. Steeds neerslachtig, nooit gelukkig.
De reden was dat God hem te goed had geschapen. Theofiel had niet twee, maar drie testikels. Hij voelde zich daarom geen echte man.
Het was een psycholoog die op hem inpraatte. Theofiel voelde zich op den duur steeds beter en finaal beter dan een normale man.
Theofiel stapte na zijn laatste therapie meteen naar een café en vroeg twee pinten. Hij trakteerde fier een man aan de toog – laat ons zeggen Firmin – en begon een gesprek aan te knopen: “weet je… dat wij samen 5 ballen hebben“. Firmin antwoordde “Heb jij maar één bal misschien?“.

Ik had er niet aan gedacht dat ik die plastieken eitjes ook kon opwarmen in het nieuwe broedmachientje. Foert… En trouwens, het machientje leverde niet het gewenste resultaat.

Nog wat feedback van een ervaringsdeskundige:
– De Björn Borg boxershorts zijn ideaal. Ze hebben nauw aansluitende broekspijpjes.
– In het begin is het een beetje raar, maar ik weet tenminste hoe het voelt bij Firmin.