Mist in PEPPOL-land?

De ochtenden zijn al eens mistig en ’s avonds is het vroeger donker.
Afgelopen maandag 29 september 2025 hing de duisternis de hele dag boven PEPPOL-land.

De vzw UBL.be, de organisatie die haar leden een instrument aanreikt om te controleren of de elektronische documenten voldoen aan de voorgestelde standaarden, liet weten dat een advies niet wettelijk is.

Hun UBL-extensie, m.n. UBL.BE, is niet conform de wetgeving, omdat er extra elementen in het XML-formaat zitten.
Het enige formaat dat wettelijk is in België voor B2B, is Peppol BIS Billing 3.0 (BIS3), gebaseerd op de Europese norm EN 16931.

Een extensie zoals UBL.BE voegt extra velden toe, waardoor het XML-bestand dat over het PEPPOL-netwerk gaat, niet conform is, maar wel “conformant” (d.w.z. compatibel, maar niet wettelijk conform).

Omdat landen, sectoren of organisaties soms specifieke bijkomende regels nodig hebben (b.v. verplichte velden, beperkingen, of extra businessregels), kunnen ze een CIUS publiceren. Een CIUS staat voor Core Invoice Usage Specification en is te zien als een beperking of een strengere regel, waarmee men binnen de EN 16931-norm blijft.
Zo is de Belgische Peppol BIS Billing 3.0 (BIS3) een CIUS van EN 16931.

België met zijn vele afwijkingen in BTW- en overige taksregels, denk maar aan Korting Contant en Bebat, Fost Plus, Reprobel, Auvibel, Valorlub, Vlam, Valumat… – heeft eerder een uitbreiding, of een plaatselijk dialect met extra velden nodig.

In die zin had de vzw UBL.be volkomen gelijk om met een extensie naar voren te komen.
De UBL.BE-extensie is echter niet conform en dus wettelijk niet toegestaan vanaf 1 januari 2026.

Een revisie van de norm EN 16931 ligt als elegante oplossing voor de hand. Hiervoor moet er echter een politieke procedure met stemming doorlopen worden.

Bijgevolg moeten we nu voor bijvoorbeeld de BTW-berekening bij toepassing van Korting Contact, een workaround toepassen om binnen de EN 16931-norm te blijven.

In de wandelgangen vernamen we intussen dit: “Wat korting contant betreft hebben een aantal softwarepakketten beslist om het gewoon niet meer te voorzien.”

Winking bv blijft vasthouden aan het principe om zijn software volledig conform de wetgeving te houden, én tegelijk alle fiscale faciliteiten te ondersteunen!
Bij Followin’ beperken we onze gebruikers niet in hun mogelijkheden.

Voor Followin’-gebruikers is er geen vuiltje aan de lucht en blijft de zon schijnen.

Als jouw boekhouder taxichauffeur speelt…

Er valt me wat op…
Een handelaar beschouwt een boekhouder als intellectueel superieur aan hem.
Ze geloven hem blindelings, met hun ogen toe.

Zoals in elke stiel heb je knappe koppen en héle knappe koppen. Dus ook bij boekhouders.

Bij advocaten doet iedereen er automatisch nog een categorie bij: de listige… slim op een sluwe manier.
Wel, ik kan je verzekeren: er bestaan ook listige boekhouders.

Je hebt ook boekhouders die advies geven over zaken waar ze niets van kennen… bv. softwaretoepassingen: “ik gebruik dat … ik zou dat ook nemen.”
Als hun advies daar stopt, dan weet je het wel.

Het komt echter niet in het hoofd van een handelaar om te twijfelen aan zijn vertrouwenspersoon.
Beter is om altijd deze drie vragen te stellen:
        • wie zegt (adviseert) wat?
        • waarom zegt hij dat?
        • en vooral: wat zegt hij níét?

Decennialang heb ik twee groepen boekhouders gezien:
        • zij die zelf elke factuur willen inboeken;
        • en zij die hun klanten alles laten inboeken.
De eerste groep verdedigde zich met: ‘anders moeten we te veel corrigeren en is het meer werk en dus duurder.‘
Hun businessmodel draait rond tijd: hoeveel facturen kunnen er per medewerker ingebracht worden?

De tweede groep stuurt bij, helpt met de aangiftes en verzorgt de eindejaarboekingen.
Hun groei steunt vooral op advies, waardoor ze meer klanten aankunnen.

Vooral de eerste groep maakt nu een grote bocht.
Hun businessmodel komt door het PEPPOL-verhaal onder druk te staan.
E-facturen zijn immers meteen digitaal beschikbaar en quasi automatisch geboekt. Hun inputwerk vermindert drastisch. Theoretisch zouden dan ook jouw kosten moeten dalen.

En daar zitten de listige: Ze verbergen het gemak en zoeken constant naar nieuwe inkomstenbronnen.

Zelfs meer, ze grijpen het PEPPOL-momentum om klanten met handen en voeten te binden.
Ze gaan in jou plaats abonnementen aan om bijv. de bankverrichtingen binnen te halen. Terwijl jij dit gratis kon.

Hun Clearfacts-, Billtobox- of Billit-portaal – ooit bedacht om PDF-bestanden te ontvangen – wordt nu gebruikt om nóg minder tijd te verliezen en de klant nog meer te binden.
M.a.w. ze hebben liever dat je niet meer in hun kantoor passeert en dat je netjes in de pas loopt van hun software-engagementen.

Zijn deze boekhouders lui? Nee.
Ze steken alvast zo weinig mogelijk zelf de handen uit de mouwen. Ze doen gewoon niets te veel.
Je herkent ze ook makkelijk als je jezelf hoort denken: “wat zou hij nu weer vergeten zijn?”.

Toch zegt elke handelaar over zijn boekhouder: “maar ’t is ne goeie, hoor”.
Alleen voegen ze er vaak meteen aan toe: “hij is juist een beetje aan de dure kant.”

Ze doen niets dat niet aangerekend kan worden.
Niet-factureerbare uren? Worden vermeden.
In hun timesheet-programma registreren ze elke kleinigheid en dat verschijnt vrolijk op jouw kostennota.
Het eerlijk doorrekenen van kosten is vervangen door een puur commerciële aanpak.
Bij deze boekhouders is de ziel weg uit hun beroep.

Boekhouders die jou pushen naar hun software, horen quasi zeker bij die eerste groep. Ze zitten in een transitiefase.
Sommigen willen de transitie niet maken en laten zich liever overnemen.


Hoe dan ook, boekhouders en ‘hun’ automatisering staan niet op de eerste plaats. Boekhouding is het logische gevolg van het feit dat jij handel drijft.

Volg niet het advies om het zwak – al te vlug ingebakken – factuurprogrammaatje van het boekhoudersportaal te gebruiken.
Automatiseer vooral jouw eigen bedrijfsnoden!

Beter is om samen te werken met een boekhouder die jouw visie volgt. Jou motiveert en vrijheid geeft. Verwacht van hem wel een kritische reflectie op jouw visie. Laat hem waken over een goede gegevensuitwisseling. Pas dan kan hij de gevolgde koers volgen en dobber je niet zomaar op een woelige zee.

Als je als ondernemer jouw boekhouder nog maar één keer per jaar ziet – in functie van zijn businessmodel – dan zit er toch iets fout. Dan hoef je niet verbaasd te zijn dat je te laat bent om bij te sturen.
Betaal vooral voor het advies.

Ik gebruik nog een metafoor om het je goed duidelijk te maken:

De listige boekhouders stellen voor om taxichauffeur te zijn en figuurlijk met ‘jou rond te rijden’.
En taxichauffeurs spelen wel eens met het tellertje. 😉
Beter is om zelf het stuur goed vast te houden en zelf jouw weg te kiezen.

P.S.: Ben jij boekhouder en je voelt je in het nauw van dure, sterk reclame makende softwarebedrijven, waarvan we allemaal weten ‘dat er een reukje aan zit’, neem dan contact op.
Wij hebben een compleet aanbod.
… En waarvan Donald Muylle zou zeggen: “Echt Belgisch, tegen een heel sssccherpe prijs”.

Messenger-bericht zorgt voor nieuw vriendinnetje

Het was zaterdagnamiddag en de meeste klusjes waren achter de rug…
’t Was ofwel nog een nieuw werkje aanvatten of er even tussenuit.

Griet hoorde een melding van een nieuw Messenger-berichtje en meteen nam de nieuwsgierigheid de bovenhand.
Het was haar neef Johny die ons uitnodigde voor de nieuwe fototentoonstelling van zijn hand.

Nu moet ik zeggen dat Johny werkelijk mooie foto’s maakt, en zelf heb ik ook aandacht voor compositie, de gulden snede en het lijnenspel bij het nemen van foto’s. Kortom: ik was gewonnen voor Griets voorstel om meteen te gaan kijken.

Met de auto of met de fiets naar herberg De Knocke — dat was het punt van overleg dat volgde.
Volgens Google Maps was de kortste fietsafstand haalbaar. Wetende dat ik zonder hulpmotor fiets, vond ik het te doen. En als ik het zag zitten, dan zou het voor Griet ook wel lukken, want zij heeft knopjes aan het stuur, waardoor ze zich vooral op het sturen kan focussen.

Door de Broeken van de Handzamevallei, langs de heuvelkam van Klerken met uitzicht op het Heuvelland, de opduikende torens van Diksmuide boven de groene velden, de weidse weiden nabij de Blankaart, tot aan de Vauban-littekens van het 17de-eeuwse Fort de Knocke… Ik zag het zitten.
Temeer omdat ik de deugdelijkheid van het wegdek in de Handzamevallei wilde natrekken. Ik had me voorgenomen om bij het komende bezoek van Helga, mijn atletiekvriendinnetje uit Hasselt met haar en Marc door de Broeken te fietsen tot aan De Pluimen in Diksmuide.
We zouden dan gaan kijken naar een oefenmatch tussen KVDO Diksmuide en De Spor van Hasselt. Het gelijknamige televisieprogramma van Rik Verheye gaf een extra duwtje in de rug om te gaan kijken.

Helga Ponet en ikzelf namen, samen met andere sterke jeugdatleten, in 1980 deel aan de Fisec-spelen in Milaan.

Johny vroeg ons om bij hen aan het tafeltje te komen zitten vóór de herberg. De 16 km-rit deed me kiezen voor iets van 33 cl. Het werd een Export. Griet liet zich leiden door het reclamebord en koos voor een picon.

De positie van mijn zeteltje zorgde ervoor dat ik door de voordeur het interieur van de herberg kon zien. Een foto die de 16:9-verhouding oversteeg, trok mijn aandacht. Ik meende een logo op de truitjes van jeugdige dames te herkennen. Ik was onzeker, want op mijn leeftijd speelt de kijkafstand een rol.

“Johny, zullen we eens binnen gaan kijken naar jouw foto’s?” vroeg ik. Ook al was zijn Duvel nog halfvol, zei hij: “’t Is goed, ‘k zal een beetje uitleg geven.”

De foto met de jeugdige dames bekeek ik hoe dan ook eerst.

Ik vroeg meteen aan de dame des huizes: “Houtland op die truitjes, zeg eens…”
Connie antwoordde: “Ik heb gelopen bij Houtland, vandaar die foto. Ik ben de tweede van rechts.”
“En herken je het meisje uiterst rechts op de foto?” stelde ze meteen als tegenvraag.
Ik ging opnieuw kijken. “Hilde Crevits?” zei ik.
Onze minister uit Torhout was dus ook atlete geweest bij Houtland Atletiekclub. Dat wist ik niet.

Ik raakte aan de babbel met Connie, en het bleef maar duren. Johny had intussen de volledige expositie overlopen — ik moest nog beginnen.

Wat later legde Connie twee volle albums met atletiekherinneringen op het cafétafeltje vóór de toog. Andere horecagasten bleven stil… ze volgden de gesprekken tussen Connie en mij.
Ik ga ervan uit dat zelfs haar vaste cliënteel nog nooit had gehoord over Connies clubrecords op de 800 en 1500 meter.
Ik deelde de link waar ze de clubrecords kon verifiëren: https://www.houtlandatletiek.be/content/clubrecords

Ik vermeldde fier dat ik met 23″1, sedert 1978, nog steeds op het scorebord sta voor de 200 meter bij de kadetten. Mijn record werd tot op heden niet verbroken.

Connie en ik glunderden… Het is zo fijn om nog eens over de glorietijd van weleer te kunnen spreken.
Nostalgie troef.

Helga, ik heb er nóg een atletiekvriendinnetje bij.
Hebben jullie zin om eens mee naar herberg De Knocke te gaan, voor een picon?

Boekhoudkantoren, de nieuwe softwareverdelers!

Is het je ook al opgevallen dat jouw boekhoudkantoor je richting een bepaalde software duwt?

Daar mogen we gerust enkele kritische vragen bij stellen.

Heel wat boekhoudkantoren gaan gretig in op voorstellen van softwareleveranciers om hun pakket actief aan hun klanten aan te bevelen.

Niet toevallig: daar zit een verdienmodel achter.
Kantoren rekenen in die zin bijkomende en terugkerende “softwarekosten” aan via de maand- of kwartaalfactuur voor hun boekhouddiensten.

Klinkt dat logisch? Of wringt er iets?

Laten we het vergelijken met een andere situatie.

Stel: je neemt een abonnement op een gedrukte krant omdat je hun berichtgeving waardeert. Je houdt ervan om met een tas koffie door de papieren krant te bladeren. Maar omdat de papieren ruimte beperkt is, verschuift de uitgever een deel van de inhoud naar hun website of app. Efficiënt voor de uitgever, maar niet per se interessanter voor jou.

Zou jij bovenop je abonnement extra betalen voor reclamevrije berichtjes over koetjes en kalfjes? Waarschijnlijk niet. Jij verwacht in de eerste plaats kwaliteitsvolle berichtgeving, in het formaat dat jij koos.

Terug naar het boekhoudkantoor.
Om hun werk efficiënter te maken, vragen boekhouders jou om gegevens zelf aan te leveren via een portaal — een extra softwareschil bovenop hun boekhoudpakket. Dat portaal wordt geleverd door een extra leverancier en heeft een kostprijs. Die wordt netjes aan jou doorgerekend.
Maar wat krijg jij terug voor het werk dat je hen uit handen neemt?
Alvast geen goedkopere boekhouding.
En de “meerwaarde” van het portaal? Die bestaat vaak uit extra grafiekjes en statistieken waarvan je het meeste al wist, of waarvan je de betekenis amper begrijpt. Je betaalt dus vooral voor tools die hen tijd besparen — niet jou.

Via datzelfde portaal ontvangen boekhoudkantoren ook graag jouw e-facturen. In feite hangen ze dus jouw brievenbus aan hun kantoor. Ook dat past opnieuw in het kader van hún efficiëntie.
Je mist daarmee jouw aankoopfacturen die nodig zijn voor jouw eigen efficiëntie. Jij kunt bijvoorbeeld de voorraad aanpassen aan de hand van jouw ontvangen PEPPOL-facturen. Maar daar ligt de boekhouder niet wakker van.

Belangrijker nog: wie bewaart wat?
Boekhoudkantoren zijn, door het ontvangen van jouw e-facturen, een soort postbusbedrijf geworden — want jij voert bij het boekhoudkantoor geen economische activiteit uit. De wettelijke bewaarplicht van tien jaar rust wel op jouw schouders. Maar jij hebt de originele documenten niet meer in handen.

Sommige boekhouders gaan nóg een stap verder en bieden ook facturatiesoftware aan — soms zelfs gratis — via datzelfde portaal. De mogelijkheden van dergelijke software zijn alvast bedenkelijk. En wie helpt jou als er iets fout loopt?

Met software duiken er vroeg of laat problemen op. En dan verwacht je ondersteuning.
Loop het goed scheef… Op wie schuift jouw boekhouder dan de verantwoordelijkheid af? Je raadt het al: op de hoofd-softwareleverancier.
Jouw boekhouder is intussen – zoals in de bouwsector – een soort onderaannemer geworden.
Of zijn ze eerder een agentuur, een erkend (door)verkoper of een zaakbezorger geworden? Elk van deze handelsvormen heeft eigen juridische regels.

Kortom: wie structureel softwarekosten aanrekent, is geen zuivere dienstverlener meer, maar mede-softwareleverancier. En daar horen ook verantwoordelijkheden bij.

Wat begon als een aanleiding voor efficiëntie is voor veel kantoren een commerciële val geworden en bedrijven volgen blindelings — uit vertrouwen, of uit gemakzucht.
Softwareleveranciers profiteren.
En dat terwijl e-facturen op basis van gestandaardiseerde UBL-bestanden perfect gratis kunnen worden uitgewisseld en verwerkt. Alles is op elkaar afgestemd — maar dat hoor je zelden.

Nog niet duidelijk? Dan deze metafoor:
Jouw garagist opent dagelijks met moeite zijn zware schuifpoort om wagens binnen te laten. Hij beslist om een automatische poort te installeren. Begrijpelijk. Maar stel dat hij jou vraagt om die nieuwe poort mee te helpen betalen — want het bespaart hem tijd.
Zou jij dat logisch vinden?

Ik zag een geest en wist het niet!

Deze week trof ik in de brievenbus een zwaar pakket uit Nederland.
Met in het tegenadres Hans van Weenen en Castricum, een plaats in de provincie Noord-Holland, wist ik meteen wat de inhoud van het pakket zou zijn. Een boek.

Dat het boek zo mooi en zo dik zou zijn, was een verrassing.
Een lijvig werk van 408 pagina’s met de titel “De oorsprong van Castricum ontdekt – een landschapshistorische verkenning”. De subtitel is mijn dada.

Een tweede verrassing was een persoonlijke boodschap: “Met dank voor jouw adviezen die aan de wieg stonden van deze omvangrijke analyse”, gesigneerd “Hans van Weenen, 21/11/2024”.

Bij het doornemen van het boek werd ik voor een derde keer verrast. Zomaar liefst 12 keer werd verwezen naar mijn artikel ‘Landbouwbedrijven uit de vroege en volle Middeleeuwen in het westelijk deel van Binnen-Vlaanderen‘. Een studie die in het Jaarboek 2008 van Spaenhiers verscheen.

Het maakte me fier!

Mijn contact met Hans van Weenen gaat terug tot 7 juli 2013. Toen kreeg ik volgend e-mailbericht:

Subject: Vraag over percelering

Geachte heer Staelens,

Met grote belangstelling heb ik kennisgenomen van uw publicatie ‘Landbouwbedrijven uit de vroege en volle Middeleeuwen in het westelijk deel van Binnen-Vlaanderen. Onderzoek van de percelering in de omgeving van Koekelare.’

Mag ik u vragen om eens met uw geoefende oog te kijken naar de percelering in bijgaand detail van een kadastrale kaart uit 1822?

Ik zou graag mijn bevindingen bevestigd zien door uw onafhankelijke waarnemingen.

Bij voorbaat dank,

hoogachtend,

Dr. Hans van Weenen

Ik had tijd nodig om de kaart goed te kunnen observeren. Op 21 juli 2013, onze nationale feestdag, nam ik de tijd om Hans uitgebreid te antwoorden over mijn bevindingen.

Ter gelegenheid van de publicatie van zijn boek komt Hans hierop terug in de pers : “Tijdens mijn onderzoek kwam ik uit bij de amateurhistoricus Gerdi Staelens, die onderzoek had gedaan naar landbouwbedrijven in de Vroege Middeleeuwen in Vlaanderen. Hij ontdekte structuren in het landschap. Ik stuurde mijn kaarten van Castricum naar hem toe met de vraag of hij daar ook structuren in kon ontdekken. Hij verstrekte mij meer informatie waar ik mee verder kon en zo ontdekte ik die vijftien akkercomplexen…”. (webpagina – PDF)

Volgens mijn bevindingen gaf de kaart de indruk dat er zich een vroegmiddeleeuws landbouwbedrijf, een mansus van het oude type, had gesitueerd. Ik herkende diverse elementen die vergelijkbaar waren met wat ik in Koekelare en Bovekerke had gevonden: een centrale structuur – die in mijn situatie terugging tot een huisweide, erin een kern van de oorspronkelijke bewoning, errond akkerlanden.

Achteraf zou blijken dat ik een ‘geest” had gezien!
Geen spookachtig fenomeen, maar een in cultuur gebrachte strandwal.
Over een ‘geest’, in die betekenis van het woord, had ik nog nooit eerder iets vernomen.

Mijn bevindingen uit mijn antwoord, gecombineerd met mijn technische benadering in mijn oorspronkelijke studie, heeft Hans er toe aangezet om deze als een stappenplan te noteren en als leidraad te gebruiken om verder aan de slag te gaan.
Op 6 januari 2014 ontving ik hierover een bericht met als onderwerp “Methodiek Staelens”.

Beste Gerdi,

Ik wens u een gezond en voorspoedig 2014.

De afgelopen maand ben ik mijn onderzoek gaan toespitsen op de ontginnings- en landbouwactiviteiten in Castricum in de Vroege Middeleeuwen.
Daarbij concentreer ik me op de oude dorpskom en omgeving.

Om daarvan een zo duidelijk mogelijk beeld te verkrijgen, heb ik uw methode nog eens goed bekeken en beschreven in de vorm van een stappenplan.
Daarbij wordt er eerst vanuit een groter geheel gewerkt naar het niveau van het (kern)perceel om vervolgend het blikveld weer te vergroten, tot zelfs buiten het gebied dat in het onderzoek centraal staat.

Dat levert de volgende beschrijving op:

Methodiek Staelens

1. Uitgangspunt is een afgebakend bewoningsgebied: een villa, domein of parochie.
2. Daarbinnen buurten onderscheiden.
3. En daarbinnen gehuchten en nederzettingen.
4. De waterwegen en landwegen opsporen.
5. Perceellijnen reconstrueren.
6. Ontginningsassen en beekdalen bepalen.
7. Complexen van percelen vaststellen.
8. Blokpercelen opzoeken.
9. Randbegrenzingen zoals blokperceeltjes en houtwallen aangeven.
10. Kernen bestaande uit een (voormalige) woning en huisweide aanwijzen.
11. De ligging van mansi bepalen.
12. Eventuele nevenschikking van mansi nagaan.
13. Lokaliseren van de curtis.
14. Verbanden onderzoeken met nevengelegen villae.
15. Parallellen bepalen met andere villae.
16. Relatie onderzoeken tussen mansi en hun fysische geografie.
17. Idem, met veldnamen.
18. Idem met oudst bekende eigendom.
19. Oudste nederzettingen identificeren.
20. Concluderen over de chronologie van de ontginning en de veldinrichting.

Graag verneem ik uw correcties, commentaar en suggesties.

Bij voorbaat dank,

Hans

Zijn stappenplan leverde resultaat en Hans vermeldt dan ook op pagina 210: “De resultaten van dit onderzoek laten zo een geheel nieuw licht schijnen op Castricum in de Vroege Middeleeuwen: het was een complex van nederzettingen. Vooral het onderzoek dat Staelens deed naar de middeleeuwse landbouw in Vlaanderen bood hiervoor veel inspiratie (Staelens 2008), (Staelens 2020).”

Op de drie pagina’s die volgen komt Hans van Weenen tot gelijke bevindingen als wat ik in mijn studie aantrof: “Analoog aan de onderzoeksresultaten van Staelens in de plaats Koekelare in Vlaanderen, zou het centrum van Castricum mogelijk kunnen beschouwd worden als het centrum van de villa of het landbouwdomein”.

Hans van Weenen beschrijft in zijn boek nauwkeurig mijn vaststellingen:
“Staelens ging ervan uit dat eerst ontginningsassen op regelmatige afstanden werden bepaald over een ruim gebied en dat daarna ‘tussen’ de ontginningsassen tenures (mansi) werden ingericht”, “Staelens vond bij onderzoek van de percelering in Werken, nabij Bovekerke, in Vlaanderen twee recentere inpassingen van tenures op de plaatsen waar zich voordien een houtwal bevond…”.
Ook mijn reconstructiefiguur van ‘nieuwe’ tenures (mansi) van het oude type, werd als voorbeeld gebruikt op pagina’s 151 en 213.

Wat me vooral fier maakt is dat twee amateurhistorici er in slagen om vroegmiddeleeuwse landbouwsporen tastbaar te maken.

We gingen aan de slag met de gedetailleerde observatie van landkaarten.
De bevindingen werden getoetst aan het inzicht van anderen. In mijn geval o.a. van A. Verhulst en E. Thoen die met bronnen uit de archieven het referentiekader vormden.
Met een open vizier gingen we de bevindingen interpreteren en we stelden onderbouwde hypotheses op.
Dankzij het voortschrijdend inzicht kregen ‘mansi’ en ‘geesten’ vorm.

Zo is het ook gegaan in de kwantumfysica.
Ook met gedetailleerde observatie van de allerkleinste materie onder de elektronenmicroscoop gingen wetenschappers aan de slag, want bronnen waren er niet.
De bevindingen werden getoetst aan de stellingen van anderen als L. Boltzmann, M. Planck, A. Einstein, N. Bohr, E. Schrödinger, W. Heisenberg, P. Dirac…
Met wiskundige berekeningen werden hun hypotheses onderbouwd.
Dankzij het voortschrijdend inzicht werd de materie steeds verder ontrafeld en kregen qubits (quantum bits) betekenis.

Tijdens de voorstelling J’aime la vie van curator Wim Opbrouck op dinsdag 23 april 2024 in de Stadsschouwburg van Brugge, kaartte Hetty Helsmoortel dit aan. Deze voorstelling was het sluitstuk van de Westtoeravond voor beleidsmakers in het kader van het Toekomstfestival ‘Over Morgen’ in het Provinciaal Hof.

Hetty stelde vast dat wetenschappers de laatste 20 jaar te weinig met hypotheses naar voor komen om voer te geven voor andere wetenschappers. Hetty deed daarbij een oproep om meer te durven twijfelen.

Wetenschapster Hetty Helsmoortel is uiterst rechts op de foto te zien. (23 april 2024).

Ik treed haar bij.
In onze discipline zijn er te veel grootmeesters die zich louter concentreren op geschreven bronnen en vaak eerder onderzoek anders neerpennen.
Ze zullen zich dan niet verbranden en ze kunnen er een hoog publicatietempo op nahouden.
Dat ze dan geen grenzen verleggen spreekt voor zich.

We hebben nood aan hypotheses om verder te geraken.

Ter verantwoording grijp ik terug naar de kwantumfysica.
In de kwantumwereld is een deeltje een beetje zoals een dansende schaduw: als je kijkt waar het is, weet je niet precies hoe het beweegt. En als je wil weten hoe het beweegt, moet je kijken waar het allemaal geweest is. Je kan nooit alles tegelijk precies zien.

Dan vallen we terug op proxyinformatie.
Proxyinformatie is informatie die je niet rechtstreeks meet of waarneemt, maar die je gebruikt als indirecte aanwijzing voor iets anders. Het is zoals de rook die je ziet om te weten dat er vuur is — je ziet het vuur zelf niet , maar je leidt het af uit wat je wél kunt waarnemen.

Deze methode gebruikte ik met succes in een artikel waarbij er naar aanleiding van 900 jaar Bovekerke werd gezocht naar de familie van Bovekerke, hun afkomst en hun erfelijk ambt.
Laat dit dan maar hypotheses zijn… maar we geraken ermee vooruit.

Ik deed er 9 jaar over om mijn studie tot een afgerond geheel te maken.
Hans van Weenen werkte minstens nog een jaar langer aan zijn studie. Voor de lange periode had Hans trouwens nog een leuke bedenking (8/6/2018): “Ik heb ervaren dat het speur- en schrijfwerk veel lijkt op het rijpingsproces van Hollandse kaas. Uiteindelijk komt de rijpingstijd tot uitdrukking in de smaak van het eindproduct…”.

Hans, we gaven elk apart een nieuwe kijk op de vroege middeleeuwen.
Sluitende bewijzen leveren is quasi onmogelijk.
Maar wie spreekt ons tegen?

Hans, proficiat!
Je leverde een topprestatie!

Love for all

Het is al enkele jaren dat ik voorliefde heb voor duiven. Ik droomde ervan om kerels van het eerder corpulentere type in mijn tuin te zien rondhangen.

Van een opmerkzame vriend, die ooit mijn verlangens hoorde, kreeg ik mijn eerste koppeltje duiven cadeau. Zelfs een mooie duiventil in geïmpregneerd hout met drie openingen behoorde tot mijn verjaardagsgeschenk.

Het hokje werd op 17 maart 2017 de eerste residentie voor een koppeltje bruine carneaus.

Sindsdien is de blik van Griet en mezelf vanaf de keukentafel steeds gericht naar het duivenhokje dat boven een border uitsteekt.

Mijn allereerste carneau-duivenjong toonde ik trots aan mijn kleindochter Ella-Marie (foto 3 juni 2017).

Die carneaus bleven niet in mijn tuin rondhangen. De nabije kerktoren vonden ze een betere locatie en finaal verdwenen ze definitief.

Een jaar later kocht ik in ’t Kakelend Kippenmuseum een koppeltje bruine strassers. Ook die bleven niet.

Mijn strasser bewondert zijn eitje (foto 24 februari 2019).

Na wat leeswerk op een website over Gentse kroppers kon ik achterhalen dat deze duivensoort aangewezen is om als huisduif te houden. Ze zijn mensvriendelijk en tam.

In ’t Kakelend Kippenmuseum kon ik een koppeltje zwartroeken kopen. Deze Gentse kroppers hebben een intensief zwarte kleur en in hun hals een groene metaalglans. Ik kon lezen dat dit ras zeldzaam is.

Griet vond de zwartroeken minder mooi, enerzijds omdat we ze amper konden zien zitten en anderzijds omdat ze van ver op kauwen leken. Maar het argument omdat ze vooral voorkeur hadden om op onze veranda te zitten en er sporen achter te laten, mag niet onderschat worden.

Voor mij was het anders. Ik had er snel een band mee opgebouwd. Als ik ’s middags thuiskwam herkenden ze mijn auto en dan wisten ze dat ze meteen eten zouden krijgen. À la minute vlogen ze dan naar hun hokje. Bij het voederen bleven ze dicht bij me zitten en er was steevast een kort praatje. Ik ervaarde ze als heel lieve dieren.

Soms vlogen ze tot op het pleintje voor mijn woning en dat was net iets te ver volgens wat ik toeliet. Ik wandelde dan tot achter hen om ze terug te drijven. Ze slufferden dan op hun bevederde pootjes heel traag terug, misschien als protest omdat mijn tussenkomst niet naar hun zin was.

De zwartroeken tijdens hun wenperiode (foto: 2 augustus 2023).

M’n gevleugelde vriendjes werden ziek en hadden op den duur de kracht niet meer om ’s avonds in hun hokje te geraken. Ik nam ze dan maar en plaatste ze in hun hokje waar ze de nacht veilig konden doorbrengen. Het koppeltje overleefde de vogelgriep niet.

De voorliefde voor Gentse kroppers was vanaf dat koppeltje een feit.

Een nieuw koppeltje Gentse kroppers vinden was niet evident. In ’t Kakelend Kippenmuseum werd aangeraden om te wachten tot een nieuw broedsel en dan zou het nog hopen zijn op succes… maar keer op keer lukte dat niet.

Ik verlegde mijn terrein om nieuwe Gentse kroppers te kunnen vinden en die vond ik bij Thomas.

Het paar moest gebruikelijk nog wennen aan elkaar en de omgeving. Tijdens de wenperiode bleef één kropper voortdurend dominant en eiste het hokje exclusief op. Voor de andere zat er niets anders op dan nederig te zijn en buiten te blijven. Het koppeltje was niet verzoenbaar…

De dominante doffer (links) en de nederige Gentse kroppers (rechts) (foto 4 oktober 2024).

Thomas was zo vriendelijk om de vechtersbazen om te ruilen. Uiteindelijk bleken het twee doffers te zijn.

Om te vermijden dat ik terug een stel ruziemakers zou hebben, bezorgde hij mij een koppel verliefde duiven.

De doffer in het hokje, de duivin pronkt (foto 26 oktober 2024).

De doffer van het nieuwe stel was volgens mijn prilste analyse een mismarked dominicaan zwart. De duivin was op de hals en staart na, quasi volledig wit. De jongen zouden volgens Thomas verhemelstaarten kunnen zijn.

Griet vond dat ik nog nooit eerder zo’n mooie duiven had.

Ik wilde méér en méér weten over die Gentse kroppers en mijn vrije tijd werd gevuld met leeswerk.

Na de wenperiode aan de omgeving konden ze vrij.
Ze deden eerst wat fitnessoefeningen voor de vleugels en daarna trokken ze de volledige dag uit om alle uiterste kanten van mijn tuin te ontdekken. Eigenlijk waren het louter de plaatsen die ze gedurende 14 dagen vanuit hun hokje konden zien. ’s Avonds trokken ze spontaan terug naar hun hokje.

Ik had een volle dag plezier met de observatie van mijn nieuwe vrienden.

De fitnessoefeningen voor de eerste vlucht in Bovekerke (foto 10 november 2024).
Het prachtkoppel Gentse kroppers (foto’s 26 november 2024).

De dagen nadien kwamen de Gentse kroppers tot aan mijn achterdeur. Precies om een goede dag te zeggen. Ik zette me dan maar gehurkt bij hen. Hadden ze gekund, dan glimlachten ze naar mij.

Dat Gentse kroppers goed kunnen vliegen, mocht ik met dit koppel méér dan ooit ervaren. Hun actieradius werd met de dag groter. Zo zijn ze in het leefgebied van een roofvogel terecht gekomen.

Ik heb er niet zo lang plezier aan gehad, want het noodlot sloeg toe.

Vermoedelijk was het een sperwer, mogelijk een buizerd, die zijn maag vulde met mijn doffer.

Plaats delict (foto 27 december 2024).

De treurende duivin kreeg al snel een nieuwe fladdergast rond haar. Geen Gentse kropper, maar een gewone witte duif die ooit na een huwelijksviering bij het kerkportaal was losgelaten.

Alhoewel ik deze duif, die ik tot de vedergewichtklasse zou toekennen, geen kans gaf, deed hij extra inspanningen om zijn krop groot te maken en zo indruk te maken op de weduwe. Je moet natuurlijk iets doen als je geen pluimpjes aan je poten hebt, dacht ik. In elk geval lukte het de playboy om mijn vrouwelijke Gentse kropper te versieren.

Een mogelijke andere verklaring voor de vonk die oversprong is dat een witte duif een symbool is voor rouw en verlies. Dat wist ik niet eerder, maar volgens https://www.bronzenbeeldenwinkel.nl/ wordt een witte duif vaak beschouwd als een teken van hoop en de spirituele aanwezigheid van geliefden die zijn overleden. Witte duiven zorgen voor troost bij degenen die rouwen. Dat die sloeber dat mogelijk als list zou gebruikt hebben, gaat mijn petje te boven.

Hoe dat hij het voor elkaar gekregen heeft, zal altijd een raadsel blijven. Maar feit is dat hij het hart gestolen had van mijn vrouwelijke Gentse kropper.

Ik heb die liefde verhinderd, sorry, omdat ik wilde dat er op termijn zuivere soortgenootjes op de wereld zouden gezet worden.

Thomas heeft me een nieuwe Gentse kopper bezorgd. Een doffer om u tegen te zeggen. In een bokswedstrijd zou die tot de zwaargewichten behoren.

De nieuwe zwaargewicht doffer (foto 22 februari 2025).

Ik probeer dus een nieuw koppeltje te vormen door ze even in afzondering te steken.

Maar die allochtone duif geeft zich niet zomaar gewonnen. Hij komt elke dag mijn Gentse duivin stalken.
Ik noem hem daarom Stalkie.

Stalkie in de omgeving van zijn geliefde (22 februari 2025).

Stalkie ging zelfs al een stapje verder en bracht meerdere collega’s mee om te protesteren.

Stalkie trommelt collega’s op om te protesteren (foto 23 februari 2025).

Hun boodschap is duidelijk, maar ik laat mij ook niet doen.



Aanvulling op 3 maart 2025:

Iedereen verdient weleens een beetje verlof, en Stalkie is geen uitzondering.
Voor zijn gemak (en mijn gemoedsrust) heb ik hem netjes afgezet bij het Office du Tourisme in Bray-Dune. Hopelijk vindt hij daar zijn ultieme vakantiesfeer!

Stakie tijdens de krokusvakantie op reis in Bray-Dune, Frankrijk (foto 2 maart 2025).
Office du Tourisme in Bray-Dune… ideaal als vertrekpunt voor vakantie (foto 2 maart 2025).
Stalkie maakt de eerste observaties van de vakantiebestemming (foto 2 maart 2025).

De toekomst is voorspelbaar: een klare kijk op de Peppol-hysterie

In de aanloop naar de jaarwisseling van 2024/2025 werden we overspoeld met radioreclames en Facebook-advertenties over elektronische facturatie.
Plots claimt iedereen – van nieuwe softwarebedrijven, over sociale secretariaten tot zelfs banken – dé beste aanbieder voor facturatieprogramma’s te zijn. Opportunisme viert hoogtij.

Nu de luidste toeters zijn verstild en de hectische sfeer wat is afgenomen, lijkt het me aangewezen om de materie even vanuit een ander oogpunt te belichten.

Ik zal mijn ervaring met jou delen door je mee te nemen langs enkele toepasselijke momenten van mijn beroepsloopbaan. Mijn kleine geschiedenis zal jou hierdoor een duidelijk inzicht geven in het spel dat vandaag wordt gespeeld.

Door het lezen van mijn kritische reflectie, krijg je een betere kijk en hoef je niet bang te zijn voor het onbekende en kan je valkuilen vermijden.

Mijn verhaal in de wereld van administratieve software begon al vrij vroeg, in de tijd van Windows 2.0. Toen, in september 1987, konden de vensters in Windows voor het eerst worden verplaatst. Samen met Jan Vandenbosch zagen we meteen mogelijkheden om een facturatiesoftware voor Windows te bouwen. Ik startte een éénmanszaak, die later uitgroeide tot Winking bv.

In 1991 presenteerden we ons eerste resultaat op Bureau ‘91, een informaticabeurs in de Heizelpaleizen in Brussel. Daar trok onze facturatiesoftware de aandacht van Microsoft België, in het bijzonder van dhr. Paul Faes. Microsoft was op zoek naar een early adopter om de meerwaarde van Windows voor bedrijfstoepassingen te demonstreren. Wij waren precies wat ze nodig hadden.

Winkin’ als trendsetter

Microsoft ondersteunde ons enorm – niet financieel, maar door ons zichtbaarheid te geven en een waardevol netwerk van relaties aan te reiken.

Samen met Microsoft organiseerden we een productpresentatie in Domein Vossenberg in Hooglede. Dankzij hun steun kregen we maar liefst 13 journalisten op de persconferentie. ’s Avonds volgde een presentatie voor klanten en geïnteresseerden.

Door die mediabelangstelling kwam het Winkin’-programma onder de aandacht van een computerhandelaar uit Meise. Hij zag potentieel en vroeg of hij onze software mocht bundelen met zijn computers. Als sterke marketeer wist hij precies hoe hij dit moest aanpakken. Tussen 1993 en 1994 verdeelde hij 20.000 exemplaren van ons Winkin’-pakket. Hiervan werden zo’n 13.000 pakketten geregistreerd en werden 1.500 extra uitgebreide versies verkocht.

Onze groei ging razendsnel – misschien zelfs té snel. Deze intense periode zorgde ervoor dat onze software bekend raakte bij bedrijven, van Adinkerke tot Sankt-Vith.

Waarom haal ik dit aan? Niet om op te scheppen, maar om te benadrukken dat we ons sindsdien als productbedrijf hebben gepositioneerd. We ontwikkelen geen maatwerksoftware voor allerlei losse projecten, maar bouwen sindsdien doelgerichte en schaalbare oplossingen.

De eerste elektronische transacties

Met ons facturatiepakket werd ik destijds geconfronteerd met de behoefte om de verkoopfacturen van een bedrijf door te geven aan een boekhoudkantoor.

Door steeds bezig te zijn met de nieuwste ontwikkelingen in de IT-sector, kwam ik rond het jaar 2000 in contact met baanbrekende innovaties van andere bedrijven. Zo leverde het Brugse bedrijf Tectrade toen oplossingen om elektronische transacties tussen softwarepakketten mogelijk te maken. Het uitwisselen van gegevens via diskettes en USB-sticks was voorbijgestreefd, terwijl internet snellere en efficiëntere communicatie mogelijk maakte.

Bedrijven ondervonden immers dat het exporteren van documenten, om die vervolgens door een ander bedrijf te laten importeren, vaak problematisch verliep. Dat was de uitdaging van Tectrade.

Denk in dit kader aan het uitwisselen van facturen tussen een onderneming en een boekhoudkantoor. Er waren altijd boekhoudkundige of technische discrepanties tussen de softwarepakketten. Tevens konden beide partijen niet onafhankelijk van elkaar doorwerken.  Het Brugse bedrijf ging de uitdaging aan om documenten tussen verschillende softwarepakketten uit te wisselen.

Daarnaast wilden bedrijven af van een opgedrongen verzoek om met hetzelfde boekhoudpakket als hun boekhouder te werken. De focus van bedrijfssoftware verschilt immers sterk van die van boekhoudpakketten. Toch waren het vaak de boekhoudkantoren die de automatisering naar hun hand zetten, vooral om de complexiteit van het importeren en exporteren van facturen te vermijden.

Voor de techneuten onder ons: zelfs het werken met een ASP-model (Application Service Provider), waarbij een boekhouder zijn software deelde met zijn klant (vergelijk het met het delen van een computerscherm via TeamViewer), bood geen echte oplossing. Bedrijven wilden en konden niet op deze manier werken. De behoeften van bedrijven en boekhoudkantoren zijn nu eenmaal fundamenteel verschillend. (lees hierover het artikel ‘Van boekhoudpakket naar e-business’)

Belgian Accounting Software Association (BASA)

In die periode werden er jaarlijks gespecialiseerde vakbeurzen georganiseerd voor boekhoudkantoren en bedrijven die op zoek waren naar boekhoudoplossingen. Er werden terwijl boekhoudkundige thema’s belicht en bezoekers konden hierover lezingen bijwonen.

Tijdens zo’n lezingen was het vaak rustig op onze standen, waardoor de softwareproducenten onderling in gesprek raakten. Hieruit groeide het idee om elkaar meer te ontmoeten voor overleg.

De belangrijkste onafhankelijke softwareproducenten (ISV’s) op de Belgische markt richtten toen een belangenvereniging op onder de naam Belgian Accounting Software Association (BASA). Leden waren onder andere de makers van toonaangevende softwarepakketten zoals: Ciel (Sage), Cubic, Exact, Expert/M (Jean Werts), ProAcc (Solid Data), Unit 4, Venice (C-Logic) en wij Winking.

Hoewel het voorzitterschap rouleerde, was ik uiteindelijk met Winking het langst voorzitter.

 📌 De geschiedenis herhaalt zich…

Naarmate steeds meer BASA-leden werden overgenomen door multinationals, groeide de onderlinge concurrentie. In deze veranderende context bleek het voorzitterschap beter te passen bij een onafhankelijke speler zoals Winking.
In die tijd heb ik, door goed te luisteren naar de grote spelers, veel geleerd… maar niet alles was even fraai. De bedrijfsethiek liet soms te wensen over. Ik hoorde:

  • “Hoe krijg ik het geld van een klant zo snel mogelijk in mijn zakken?”
  • “Wij verkopen volgens de 3 FFF’s: Find them, Fuck them & Forget them.”

Deze mentaliteit stond haaks op hoe ik zaken wilde doen, maar het was een harde les in de realiteit van de markt.

Met BASA stelden we de criteria op voor een kwaliteitslabel voor boekhoudpakketten en stonden we mee aan de wieg van de wetgeving rond elektronische facturatie. Daarnaast werkten we aan een interoperabiliteitsstandaard om de uitwisseling van informatie tussen boekhoudpakketten te verbeteren.

Door frequent overleg met het toenmalige Instituut van de Accountants en Belastingconsulenten (IAB) en de Administratie van de Ondernemings- en Inkomensfiscaliteit (AOIF) van FOD Financiën, kregen onze softwarepakketten het label van kwalitatief en wettelijk conform.

Ik herinner me ook de vergaderingen over de elektronische facturatie met regeringscommissaris Alain Zenner, het consultingbedrijf PricewaterhouseCoopers (PwC) en enkele van onze leden. Duistere krachten wilden certificaten koppelen aan elektronische facturen — een strategie waarmee ze vooral financieel gewin nastreefden. Als voorzitter van BASA heb ik me hier altijd tegen verzet.

Ironisch genoeg leidde het op punt stellen van een interoperabiliteitsstandaard tot het einde van BASA. Toen leden beseften dat deze standaard het mogelijk maakte om gegevens moeiteloos van elkaar over te nemen — en daarmee elkaars klanten af te snoepen — viel de samenwerking stil.

📌 De geschiedenis herhaalt zich…

Vandaag voldoen de elektronische facturen eveneens aan een soort interoperabiliteitsstandaard, ze zijn opgebouwd in dezelfde taal: Universal Business Language (UBL). Ze kunnen bijgevolg door elk boekhoudpakket ingelezen worden. De zorg van jouw boekhouder is dus weggevallen. Hij kan altijd jouw verkoop- en aankoopfacturen opnemen. Hij kan ze inlezen en verwerken.
Misschien lag BASA mee aan de basis van huidige ontwikkeling.

Een pioniersproject in Brugge

Rond het jaar 2000 kwam ik dus in contact met Tectrade uit Brugge dat pionierswerk verrichtte op het vlak van elektronische transacties. Zij ontwikkelden een platform waarmee bestellingen en facturen op elektronische wijze uitgewisseld konden worden. Met een stevig serverpark ertussen werden verschillende systemen aan elkaar gekoppeld.

In 1999 had Omega Pharma van Marc Coucke zo’n 40 miljoen BEF voor 20% van de aandelen in dit Brugse bedrijf geïnvesteerd. Nadien volgde nog een tweede kapitaalsronde. Jaren later werd deze periode bekend als de internetbubbel. Tectrade bracht het niet tot een goed einde. Zonder korte termijn rendabiliteit is er geen lange termijn.

📌 De geschiedenis herhaalt zich…

Vandaag wordt de koppeling tussen verschillende systemen niet meer door meerdere lokale spelers gerealiseerd, maar door een Europees netwerk, het Pan-European Public Procurement Online (PEPPOL). Lokale spelers staan nu in voor de connectie. Ze staan als het ware in voor het leggen van een oprit voor de autosnelweg.
ICT-bedrijven rekenen ook vandaag nog op de kans om later hun winst te maken. Vaak komt men niet tot punt en faalt men eerder.

Consolidatiegolf in de softwarewereld

Tussen 1999 en 2001 was er een sterke consolidatiegolf in de softwaresector. Bedrijven wilden groeien en profiteren van de invoering van de euro. Vooral Nederlandse multinationals zoals Exact, Wolters-Kluwer en Unit 4 richtten zich op de Belgische markt en namen onafhankelijke Belgische softwarebedrijven over.

Door de beperkte afzetmarkt, begrensd door landsgrenzen en de lokale wetgeving, was een overnamestrategie de enige manier om hun klantenbestand snel te vergroten.

📌 De geschiedenis herhaalt zich…

Vandaag zien we een nieuwe overnamegolf, met elektronische facturatie als opportuniteit:

  • In juli 2024 nam het Nederlandse Wolters-Kluwer de accountancyportefeuille van de Belgische Isabel Group over, inclusief Codabox, Clearfacts en Zoomit.
  • Eerder kocht het Noorse Visma (bekend van de wielerploeg Jumbo-Visma) in 2022 het Belgische Teamleader op.
  • In 2021 was het de beurt aan Syneton.
  • Ook Yuki, oorspronkelijk Nederlands, maar actief op de Belgische markt, werd door Visma overgenomen.
  • Teamleader nam Dexxter over in November 2024.

De consolidatie blijft doorgaan. Wie volgt?

Een portaal rond een boekhoudpakket

Gaandeweg kwamen oplossingen op de markt om scans van papierenfacturen deels te ontrafelen en om deze zoveel als mogelijk automatisch te boeken. Mits wat correcties kon het boekingswerk in een accountantskantoor hierdoor worden verminderd.

Ook de behoefte om documenten via het internet bij het boekhoudkantoor te krijgen bleef bestaan. Toen in 2013 de elektronische factuur (vooral als PDF) werd gelijkgesteld aan de papierenfactuur boden zich nieuwe mogelijkheden aan. PDF-bestanden konden door bedrijven via e-mail worden verstuurd naar hun boekhoudkantoor.

De scan-software in het boekhoudkantoor kreeg de vorm van een internetportaal. Bedrijven zouden nu zelf hun PDF-bestanden kopiëren en plakken of slepen tot op een website van de boekhouder.

De portaalfunctie zorgde meteen dat de makers van dergelijke software een businessmodel legden rond een boekhoudkantoor, immers enkel zo’n kantoren hebben daar behoefte aan. Resultaat: de klanten van het boekhoudkantoor helpen meebetalen om de dure kosten van het kantoor te dragen en feitelijk ook om het werk van het boekhoudkantoor te helpen verlichten.

📌 De geschiedenis herhaalt zich…

Vanaf 1 januari 2026 worden veel van de achterliggende taken van de dergelijk software onnodig. Immers alle gegevens van een factuur zijn aanwezig in een digitale vorm. Alhoewel het werk voor boekhoudkantoren eenvoudiger zal worden, zal je beslist blijven betalen…

Voor wat? Je zult blijven betalen voor de portaalfunctie:

‘Overzicht’ is wat je als ondernemer permanent nodig hebt. Niet op het einde van een kwartaal, maar continue.
Laat dit nu net de taak zijn van de software dat je in jouw eigen bedrijf broodnodig hebt!
Zonder eigen software blijf je werk doen voor iemand anders en blijf je op de feiten achter hollen!


Ik heb de lange weg waarbij er technische en organisatorische stappen werden gezet van dichtbij kunnen volgen.
Alle stappen die in het verleden werden gezet waren pogingen voor technische optimalisatie voor het uitwisselen van documenten.
Vandaag is aan het geheel een nieuwe dimensie gegeven… M.n. een controle faciliteit waarmee fraude kan vermeden worden.
Wat er in de toekomst op ons af komt is voorspelbaar want de geschiedenis herhaalt zich: 

Wat is er identiek t.o.v. het verleden?

Algemeen:

  • Er zijn veel softwarebedrijven voor een kleine markt. Voor jonge softwarebedrijven zonder voldoende grote klantenportefeuille zijn de overlevingskansen gering.
  • Multinationals werken om hun aandeelhouders gelukkig te maken. Onvoldoende prestaties zorgt voor verloop van managers en medewerkers.
    Zelfstandige ondernemers zetten hun klanten op de eerste plaats. Klanten ervaren een trouwe kring van medewerkers of vaste contactpersonen.

Gelijkenissen met de euro-periode:

  • Opportunisme laat nieuwe softwarebedrijven ontstaan.
  • Marktaandeel wordt tijdelijk gewonnen met goedkope prijzen.
  • Grote softwarebedrijven zullen kleinere overnemen. De klant dient naderhand om te schakelen naar het softwarepakket van de overnemer.

Nieuw t.o.v. vroeger:

  • De problematiek van import en export van documenten is niet meer aan de orde, want de documenten hebben nu een identiek UBL-formaat.
    Dus het doorgegeven van jouw documenten aan het boekhoudkantoor kan sowieso en is geen criterium meer voor discussie.

Aan jou om na te denken:

  • Wil je software kopen in vertrouwen;
  • Een persoonlijk contact;
  • Niet in het gareel lopen van een multinational;
  • Zelf het overzicht behouden op jouw bedrijf;
  • Het meest complete aanbod in zijn prijsklasse…

… dan ga ik de advertentie van WC-Eend uit de jaren 1980 achterna:
“Wij van Winking, adviseren Winking Software“

Ziekenhuis Maastricht met Koekelaarse software

Het projectteam voor Print&Share van Ricoh Nederland en MUMC+ (foto Winking 17/02/2025).

Trots om bij het Maastricht Universitair Medisch Centrum+ (MUMC+) de eerste installatiedag voor de vervanging van het printerpark mee te maken.

In dit project speelt Print&Share een cruciale rol.
Onze software stelt het medisch personeel (10.000 Active Directory-gebruikers) in staat om eenvoudig het juiste briefhoofd te selecteren uit de voor hen beschikbare opties.

Het dynamische karakter van Print&Share maakt het beheer uiterst eenvoudig voor de systeembeheerders. Elke wijziging wordt automatisch doorgevoerd en is direct beschikbaar op de werkvloer.

Dankzij Print&Share kon Ricoh Nederland een unieke oplossing bieden die de specifieke vereisten van het ziekenhuis nog overtrof.

Wij feliciteren Ricoh Nederland met dit succesvolle project!

Over het heilig putje en de aquamanile

Scrollen op X kan soms onverwachte kennis opleveren. Zo kwam ik via @Vuurdistel, die beroepsmatig actief blijkt te zijn in de erfgoedsector, een interessant draadje tegen over een ‘Heilig Putje’. De twitteraar wist me te boeien en nodigde in haar laatste bericht de lezers die weleens een kerk bezoeken uit om zelf op zoek te gaan naar zo’n ‘Heilig Putje’. Tijdens de voorbereiding van Open Monumentendag 2024, waarbij de recent gerestaureerde kerk van Bovekerke centraal stond, besloot ik de uitdaging aan te nemen en ging ik op zoek naar het ‘Heilig Putje’. Met succes!

Een ‘Heilig Putje’, in het Latijn ‘piscina’, is een nis in het koor rechts van het altaar of in de sacristie van de kerk. In oudere kerken, die aanvankelijk nog geen sacristie hadden, vind je soms zelfs dubbele nissen.

Een belangrijk kenmerk van het ‘Heilig Putje’ is dat het zich altijd tegen een buitenmuur bevindt en een licht uitgeholde onderzijde heeft, waarin een gaatje zit waardoor water via een gootje op de gewijde grond van het kerkhof kan wegvloeien.

Dit was van belang omdat volgens de oude riten niets dat in aanraking was gekomen met ‘het lichaam en bloed van Christus’, zoals water van de handwassing, hosties en miswijn, zomaar mocht worden weggegooid. Deze vloeistoffen moesten altijd op ‘gewijde grond’ terechtkomen.

Gevallen hosties werden bijvoorbeeld verkruimeld en in wijwater opgelost, vliegen of spinnen die in de miswijn waren gevallen, werden boven de piscina verbrand, en vlekken van miswijn werden uit het textiel geknipt en eveneens verbrand. Al deze zaken werden vervolgens door het ‘Heilig Putje’ weggespoeld.

Bovenin de piscina bevindt zich vaak een ijzeren haak, waaraan de zogenaamde ‘lavabo’ hing, gevuld met wijwater. Dit was meestal een koperen keteltje met twee S-vormige tuiten. Uit de ene tuit stroomde wijwater om alles wat met het sacrament te maken had te reinigen, en uit de andere stroomde gewoon water dat op ongewijde grond terecht mocht komen.

In de tweede helft van de 16de eeuw kregen kerken vaak een sacristie en veranderden enkele rituelen, maar de handwassing bleef belangrijk. Daarom werden sacristieën vanaf die tijd uitgerust met een ‘aquamanile’ met een afvoer naar gewijde grond.

In de kerk van Bovekerke vond ik, achter een deurtje met daarboven het opschrift Ante Post (voor, na), een wit aardewerken aquamanile. Die bestaat uit een klein reservoir voor water, voorzien van een kraantje, met eronder een zeepschaaltje en een opvangbakje voor het water. Het was duidelijk bedoeld om de handen te wassen.

In het opvangbakje vond ik ook twee kannetjes van moderner aardewerk. Het gebruik van twee kannetjes kennen we van de offerande tijdens de eucharistieviering, waarbij de priester een kannetje wijn gebruikt en een beetje water in de kelk giet. Dit ritueel symboliseert de vereniging van de goddelijke en menselijke natuur van Christus: de wijn staat voor Christus’ goddelijke natuur, en het water voor zijn menselijke natuur.

Naarmate de tijd vorderde en er steeds meer liturgisch vaatwerk in gebruik kwam, werd de afwas omvangrijker en ging men op zoek naar praktischere oplossingen. Zo evolueerde de ‘lavabo’ naar iets wat wij nu ook goed kennen: een roestvrijstalen gootsteen.

Zover is het in Bovekerke echter nog niet gekomen. De aquamanile voldoet nog.


Dit artikel verscheen in de De Polderkrant Jaargang 7 – Nummer 1 van de Intergemeentelijke Onroerenderfgoeddienst Polderrand (IOED) waarin het accent lag op religieus erfgoed.

Dank aan Carola Van den Wijngaert (@vuurdistel – www.vuurdistel.be) voor de steeds weer boeiende X-onderwerpen. (bron voor dit artikel: @vuurdistel, X-post 29 maart 2023)

Mijn goed voornemen voor 2025: ‘kitesurfen’

Griet en ik zaten donderdagavond, 7 november 2024 te kijken naar “De Tafel van Gert’ op Play4. Professor Piet Hoebeke was te gast.
Hoebeke is uroloog en bracht net zoals de andere tafelspringers een onderwerp aan bod. Zijn onderwerp deed mijn hoofd draaien naar Griet, terwijl ik even moest slikken.

De Tafel van Gert – S5 – Aflevering 32 van donderdag 7 november 2024.

Hij had het over No Nut November. Dit is een jaarlijkse internetuitdaging waarbij mannen zich in de maand november dienen te onthouden van ejaculatie. Vergelijk het een beetje met Tournée Minérale om een maand lang geen alcohol te drinken.

No Nut November werd in 2011 met een satirische insteek gelanceerd terwijl Tournée Minérale met een gezondheidsreden door de Stichting tegen Kanker en De Druglijn wordt georganiseerd. 

De spelregels voor No Nut November op X, het voormalige Twitter.

Nu zijn sommigen de satire vergeten en beweren dat ‘No Nut’ (=geen ejaculatie) eveneens een betere gezondheid nastreeft. Die nonsens wilde professor Hoebeke aankaarten en hij beweerde zelfs dat het tegendeel waar is.

Professor Piet Hoebeke in De Tafel van Gert – S5 – Aflevering 32 van donderdag 7 november 2024.
(klik op de figuur om het fragment te beluisteren).

Hoebeke onderbouwde zijn stelling met een onderzoek dat door wetenschappers van de Harvard T.H. Chan School of Public Health werd uitgevoerd en in 2016 gepubliceerd in het tijdschrift European Urology.​​ ​​In deze studie werden 31.925 mannen gedurende 18 jaar gevolgd.​​ ​​De resultaten toonden aan dat mannen die gemiddeld 21 keer per maand ejaculeerden, een 31% lager risico hadden op prostaatkanker in vergelijking met mannen die 4 tot 7 keer per maand ejaculeerden.​​

Van kanker ben ik bang, zeker om prostaatkanker op te lopen. Prostaatkanker is immers de meest voorkomende kanker bij mannen en het risico neemt toe met de leeftijd.
Ik ben me er ook ten volle van bewust dat gezondheid niet vanzelf komt. Je moet er veel voor over hebben.

Ik had Hoebeke goed gehoord: ‘Gemiddeld’ eenentwintig keer…
Ik maakte me meteen de bedenking dat het dan wel eens minder mag zijn, maar simultaan kwam ook het besef dat je dan de volgende maand moet compenseren met een hogere score om het gemiddelde te behouden.
Ik veronderstel dat je nu begrijpt waarom ik even moest slikken, terwijl ik met een zekere wanhoop naar Griet keek.

Nu ben ik iemand met een behoorlijk druk leven. Organisatie en planning dringen zich dus op; anders komt het er niet van en is mijn gezondheid onderhevig aan wispelturigheid, dacht ik.

Het lag voor de hand om met Microsoft Excel de intervaltijd voor 21 beurten te berekenen en een lijstje op te stellen.
Het zou een goed voornemen worden voor 2025 en aangezien ik op nieuwjaarsdag toch graag een beetje wil uitslapen, werd het aanvangstijdtip op 8:00 uur bepaald. Daarmee had ik de twee parameters voor mijn berekening.

Januari 2025Februari 2025
1. 2025-01-01 08:00:00
2. 2025-01-02 19:25:42
3. 2025-01-04 06:51:25
4. 2025-01-05 18:17:08
5. 2025-01-07 05:42:51
6. 2025-01-08 17:08:34
7. 2025-01-10 04:34:17
8. 2025-01-11 16:00:00
9. 2025-01-13 03:25:42
10. 2025-01-14 14:51:25
11. 2025-01-16 02:17:08
12. 2025-01-17 13:42:51
13. 2025-01-19 01:08:34
14. 2025-01-20 12:34:17
15. 2025-01-22 00:00:00
16. 2025-01-23 11:25:42
17. 2025-01-24 22:51:25
18. 2025-01-26 10:17:08
19. 2025-01-27 21:42:51
20. 2025-01-29 09:08:34
21. 2025-01-30 20:34:17
1. 2025-02-01 08:00:00
2. 2025-02-02 16:00:00
3. 2025-02-04 00:00:00
4. 2025-02-05 08:00:00
5. 2025-02-06 16:00:00
6. 2025-02-08 00:00:00
7. 2025-02-09 08:00:00
8. 2025-02-10 16:00:00
9. 2025-02-12 00:00:00
10. 2025-02-13 08:00:00
11. 2025-02-14 16:00:00
12. 2025-02-16 00:00:00
13. 2025-02-17 08:00:00
14. 2025-02-18 16:00:00
15. 2025-02-20 00:00:00
16. 2025-02-21 08:00:00
17. 2025-02-22 16:00:00
18. 2025-02-24 00:00:00
19. 2025-02-25 08:00:00
20. 2025-02-26 16:00:00
21. 2025-02-28 00:00:00
De geoptimaliseerde tabel voor januari en februari 2025, met datum en tijdstip.

Sorry, maar de hoeveelheid tijdstippen doet me nu wel aan een mopje denken dat mijn schoonbroer me ooit vertelde. Bart vroeg me: “Gerdi, weet jij waarom sperma vloeibaar is?”. Ik kon niet direct een antwoord bedenken. Bart zei: “’t zou er anders nogal wat stuiven hé!”

Bij het bezien van de tabel begin ik een lichte twijfel te hebben over de haalbaarheid.
In het bijzonder voor de ochtenden vanaf 7 januari 2025. Ik ben nooit zo vroeg wakker en ik heb wat tijd nodig om ‘tot mezelf te komen’. 

Ik zie nog een ander probleem opduiken: het volhouden.

Om het te kunnen volhouden moet er volgens mij een stimulans zijn. Ik denk meteen aan Strava, de populaire app waarmee sporters hun prestaties bijhouden en met anderen delen in een sportief sociaalnetwerk. Door Kudos – de likes van Strava – te geven kunnen we elkaar motiveren om vol te houden.

Toch denk ik dat ik Strava niet zover zal krijgen om zo’n speciale ‘sport’ toe te voegen in de app, ook al is het om prostaatkanker te voorkomen.

Laat ons dan misschien afspreken dat we onze prestaties ingeven onder kitesurfen.
Waarom kitesurfen?
Met wind hebben we een raakvlak met opwindingen.
Je gaat ook van de grond en het is ook nat.

Aanvulling:

Stefan doet de test om te registreren.
De activiteit werd te vroeg onderbroken.