Het geheim van het hoofdaltaar van Bovekerke

De Koekelaarse heemkring Spaenhiers, waarvan ik bestuurslid ben, nam vorig jaar het initiatief om in Bovekerke het chronogram van de Sint-Gertrudiskerk te restaureren.

Dat is een Latijnse tekst boven de ingang van de kerk ter herinnering aan de bouw van de toen nieuwe kerk, inclusief haar nieuwe hoofdaltaar. De rode letters van het chronogram vormen met hun Romeinse waarde samen het jaartal 1869, toen Johannes Josephus Faict, bisschop van Brugge, de kerk inzegende.

Héél opmerkelijk was dat er bij zulke omvangrijke restauratiewerken – die oorspronkelijk werden geraamd op ongeveer 867.465 euro en uiteindelijk nog zo’n 300.000 euro duurder uitvielen – geen budget meer overbleef voor het herschilderen van het chronogram.
Spaenhiers sprong dan maar in de bres, zodat een fris chronogram de kers op de taart kon worden.

Voor die gelegenheid dook collega Marc in de kerkarchieven. Hij kon in de kerkrekeningen van 1869 achterhalen dat er geld werd uitgetrokken om een steenkapper te betalen. Die moest, zoals gebruikelijk, in het nieuwe altaar een bakje kappen voor een relikwie.

Vermoedelijk wist geen enkele nog levende dorpsinwoner dat we in Bovekerke een relikwie hadden.

Marc wilde dolgraag weten of de steenkapper zijn werk had gedaan en waar dat bakje precies was gekapt. Hij nodigde me uit om mee op ontdekking te gaan.

Hij had al naar Etienne, de voorzitter van de kerkfabriek, gebeld. Die was al even benieuwd en zou de kerk komen openen.

Etienne trok meteen het witte linnen van het hoofdaltaar weg. Als voorzitter van de kerkraad mocht hij zoiets doen. Niemand zou hem daarvoor een berisping geven.

De zoektocht was redelijk eenvoudig, want onder het linnen troffen we de enige stenen plaat van het hoofdaltaar aan.

Centraal voor het tabernakel, het rijk versierde kastje waarin de hosties worden bewaard, had de steenkapper zijn sporen achtergelaten.
We zagen een vierkantje in het marmer, waarvan we vermoedden dat het het dekseltje van het relikwiebakje was. Voor iets dat dateerde uit 1869, meer dan 150 jaar oud was en zonder silicone was geplaatst, zag het bakje er nog verrassend goed afgesloten uit.

Nu moet je weten dat ik die marmerplaat amper twee centimeter dik schat.
Dan stelt een gezonde mens zich toch vragen…
Een bakje voor een relikwie, met daarop een dekseltje – en ze hadden toen nog geen diamantslijpschijven – met een totale hoogte van twee centimeter… Kon die steenkapper dat technisch wel maken? En veel relikwie kan daar toch niet in zitten.
Komaan, denk eens mee… Ik twijfel sterk.
Van Brugse bisschoppen hebben we immers al straffe stoten gehoord.

Zou er wel een bakje zijn? Of is er louter een gleufje gekapt voor de show?
En is er dan wel een relikwie?
Ik denk dat bisschop Faict in 1869 – en dat is 1210 jaar na 659, het sterfjaar van Sint-Gertrudis van Nijvel – geen enkel overschotje van de heilige meer in zijn dressoir had liggen.

Bisschop Faict zal eerder een beetje van zijn eigen zondagochtendstoppelbaard meegebracht hebben naar Bovekerke om in het bakje te stoppen…
Wat ik wel weet, is dat de familienaam van de bisschop ‘Faict’ een beetje klinkt als ‘Fake’.

De nieuwsgierigheid van Marc en mij steeg ten top, maar nee, we zouden er geen cuttermes bijhalen en al zeker geen DNA-analyse laten uitvoeren.
Het ontdekkingsgehalte scoorde voorlopig ondermaats.

Maar Etienne wist ons toch nog te verrassen.
“Er is hier nog een geheime bak in het hoofdaltaar en daar zit iets in, maar we weten niet wat. We kunnen het niet zien.”

Marc en ik keken naar elkaar en zonder woorden wisten we wat de ander dacht:
“Wij gaan dat achterhalen. Vandaag wordt het toch nog boeiend. En wij gaan een uniek moment in de Bovekerkse geschiedenis meemaken.”

Etienne trok aan het rechterdeel van het hoofdaltaar. Een element kwam los en hij verschoof het tot voor het tabernakel.

Etienne was plots dé Indiana Jones van Bovekerke.
Hij maaide wel een beetje het gras voor Marc zijn voeten weg… want Marc is natuurlijk de echte archeoloog.

Waar het decoratieve element van het hoofdaltaar hoorde te zitten, verscheen nu een diepe, donkere holte.

Etienne en Marc nog vol raadsels.

Marc deed een poging om erin te kijken en kon amper iets onderscheiden.
“Het is iets raars, maar ik weet niet wat het is. En je kunt het niet goed zien, het ligt heel diep.”
Terwijl hij sprak, tekende hij met zijn vinger de vorm op het marmer van het altaar.

Marc tekent de vorm van het voorwerp dat verscholen ligt in de geheime bak van het hoofdaltaar.

Met mijn 62 jaar was ik de jongste van het gezelschap.
Ik zou me op de hoge marmeren plaat opduwen, zoals een olympische turner aan de brug met gelijke leggers. Vervolgens zou ik me voorover laten hellen tot ik plat op het marmer lag. Daarna zou ik me nog wat verder naar voren schuiven om beter in de opening te kunnen kijken.
Een uitgekiend plan om het geheim te onthullen.

“Wacht”, zei Etienne. “Ik heb hier nog zo’n grijpertje liggen om papier van de grond op te rapen.”
Dat was eigenlijk een goed idee. Misschien kon ik daarmee het mysterieuze voorwerp grijpen en naar boven halen.

Met een licht sprongetje drukte ik mezelf omhoog. Tot zover ging alles goed.
Bij het verschuiven, en vooral bij het kantelen van mijn romp, ervaarde ik rib na rib de hardheid van het marmer.

Ik voelde mijn ribben één na één knarsen, zoals de schakels van de metalen rupsbanden van een tank op een betonnen wegdek… Alleen bleken mijn ribben niet opgewassen tegen de harde ondergrond.

Buiten een wat getrokken gezicht liet ik weinig merken, want ik moest en zou het geheim van de kerk van Bovekerke onthullen.

Met mijn arm en het grijpertje diep in de opening kon ik uiteindelijk het vreemde voorwerp naar boven halen.
Pas toen het voorwerp na jaren weer het zonlicht zag, konden Marc, Etienne en ikzelf het identificeren.
Het bleek slechts een onderdeel van een groter geheel.

Ik heb het over iets dat vandaag gewoon op Bol.com te koop is: een ragebol met telescoopsteel of in het schoon Bovekerks ‘een kobbejager’.

Om het belang van deze archeologische vondst correct te kunnen inschatten, geef ik u graag de officiële Bol.com-beschrijving mee:
De ragebol is gemaakt van echte geiten haren. Dit zorgt ervoor dat ze niet snel zullen ruiven en veel beter het stof of webben bijhouden dan synthetische varianten. Met andere woorden, deze zijn van top kwaliteit en zullen dus veel langer meegaan! De telescopische steel is vervaardigd uit stevig aluminium dat ook erg licht is voor het ultieme gebruiksgemak. Deze telescoopsteel is verkrijgbaar tot 8 meter lang. De aluminium telescoopsteel is universeel, waardoor je er tal van borstels, inwassers,… en andere accessoires op kan monteren.

Blijkbaar kon de ragebol toch niet stevig genoeg gemonteerd worden.
Hij kwam los en verdween achter het decor van het hoofdaltaar.
Zo had ik het geheim van het hoofdaltaar van Bovekerke opgelost.

Aan Marc nu om in de kerkrekeningen te zoeken wanneer precies de Bol.com-factuur werd betaald.

Ik had kunnen vloeken in de kerk, want mijn ribben bleven nog lang pijn doen.
Maar ja, je moet er iets voor over hebben om een mysterie op te lossen.

Gepubliceerd door Gerdi Staelens

Owner of @Winking. Print&Share, Followin' and Winkin' 9 as favorite products. Evangelist of @LangeMaxMuseum.

Plaats een reactie